Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-20192019Z09397

Vragen van het lid Bruins Slot (CDA) aan de Minister van Defensie over het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds dat veteranen onaanvaardbaar lang laten wachten voor keuringen (ingezonden 14 mei 2019).

Vraag 1

Hoe beoordeelt u de kritiek van de Veteranenombudsman dat er sprake is van onaanvaardbaar lange wachttijden bij de uitvoering van het militair invaliditeitspensioen?1

Vraag 2

Bent u op de hoogte van het feit dat het Algemeen Burgerlijk Pensioen (ABP) namens de Staatssecretaris van Defensie bij veel veteranen heeft aangegeven dat de termijn waarbinnen de mate van invaliditeit opnieuw wordt vastgesteld ambtshalve met een jaar verlengd wordt?

Vraag 3

Klopt het dat veteranen die een Militair InvaliditeitsPensioen (MIP) aanvragen meestal met psychische problematiek te maken hebben?

Vraag 4

Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is om kwetsbare veteranen en hun relaties een jaar langer te laten wachten met het opnieuw vaststellen van de mate van invaliditeit en het MIP?

Vraag 5

Bij hoeveel veteranen, die wel en niet actief dienend zijn (graag in de beantwoording onderscheid maken tussen de beide categorieën), heeft het ABP de termijn ambtshalve met een jaar verlengd?

Vraag 6

Hoe groot is de onderbezetting bij het ABP?

Vraag 7

Welke maatregelen heeft u inmiddels genomen om de keuringen te versnellen en meer keuringsartsen aan te nemen?

Vraag 8

Kunt u voor de jaren 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 aangeven hoeveel keuringen van niet-actief dienende veteranen er waren, hoeveel herkeuringen er waren en hoeveel bezwaarschriften ingediend zijn?

Vraag 9

Klopt het dat het versnellen van het inkorten van de tijd voor de initiële keuringen door de verzekeringsartsen tot onzorgvuldigheden leidt, waardoor er een toename van bezwaarschriftprocedures plaatsvindt?

Vraag 10

Welke mogelijkheden ziet u om de ambtshalve verlengde termijn terug te draaien en voor deze veteranen eerder hun MIP vast te stellen?

Vraag 11

Wanneer verwacht u dat de achterstanden weggewerkt zijn?

Vraag 12

Deelt u de opvatting van de Veteranenombudsman dat het om een breder en structureler probleem gaat dan enkel een tekort aan keuringsartsen, omdat er meerdere voorbeelden zijn van klachten van oud-militairen die te maken krijgen met onacceptabele, maandenlange wachttijden tussen een aanvraag en een uitnodiging om naar het spreekuur te komen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 13

Hoe verhoudt zich dit tot de Veteranenwet waarin een bijzondere zorgplicht voor veteranen is opgenomen, die als gevolg van hun uitzending fysiek en/of psychisch gewond zijn geraakt? Bent u van mening dat toegang tot voorzieningen als het MIP en het verkrijgen van rechtszekerheid onderdeel van de bijzondere zorgplicht uitmaakt?

Vraag 14

Wat gaat u doen met het klemmende verzoek van de Veteranenombudsman in januari 2019 om, vanwege de urgentie, een oplossing te zoeken die recht doet aan de zorg die noodzakelijk is? Bent u bereid vóór het Notaoverleg Veteranen van 24 juni 2019 een plan van aanpak naar de Tweede Kamer te sturen om dit probleem zo snel mogelijk te verhelpen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 15

Zou u deze vragen voor het notaoverleg Veteranen van 24 juni willen beantwoorden?


X Noot
1

Kamerstuk 35 135, nr. 2