Vragen van de leden Moorlag en Nijboer (beiden PvdA) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de aardbeving in het zoutwinningsgebied bij Veendam (ingezonden 10 januari 2019).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat op maandag 7 januari 2019 zich bij Veendam een aardbeving heeft voorgedaan van 1.3 op de schaal van Richter?1

Vraag 2

Is of wordt onderzocht wat de gevolgen zijn voor de ondergrond en in het bijzonder de zoutlagen en -koepels waaruit zout wordt gewonnen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn de uitkomsten of wanneer worden de uitkomsten verwacht en openbaar gemaakt?

Vraag 3

Is u bekend dat bij de bewoners in het zoutwinningsgebied veel bezorgdheid en vrees heerst over de gevolgen van de combinatie van gas- en zoutwinning?

Vraag 4

Kan worden uitgesloten dat door gaswinning geïnduceerde aardbevingen kunnen leiden tot verzakken en/of instorten van ondergrondse cavernes in de zoutlagen? Zo ja, op welke gegevens is dat gebaseerd? Zo nee, acht u het dan verantwoord dat zoutwinning in dit gebied blijft plaatsvinden?

Vraag 5

Kan worden uitgesloten dat door gaswinning geïnduceerde aardbevingen leiden tot lekkages van vloeistoffen als pekel en dieselolie uit de cavernes in de zoutlagen? Zo ja, op welke gegevens is dat gebaseerd? Zo nee, acht u het dan verantwoord dat zoutwinning in dit gebied blijft plaatsvinden?

Vraag 6

Is het gegeven dat een aardbeving nabij Veendam heeft plaatsgehad voor u aanleiding om de vergunning(en) voor zoutwinning te heroverwegen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en welke overwegingen zijn daarin leidend?

Vraag 7

Bent u van oordeel dat, gelet op de risico’s van en de onzekerheden over de effecten van aardbevingen op de zoutlagen waaruit zout wordt gewonnen, de toepassing van het voorzorgsprincipe moet leiden tot het beëindigen van de zoutwinning? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer en op welke wijze?

Naar boven