Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat sociale werkvoorziening ATEA te Breda verdwijnt en dat dit tot veel onrust leidt (ingezonden 19 december 2018).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht over de onrust bij de ATEA-groep te Breda die voorziet in beschutte en participatieve werkplekken?1 2 Wat is u reactie hierop?

Vraag 2

Wat betekent het voor de rechtmatigheid van het tot op heden geformuleerde beleid, dat de gemeente Breda al sinds 1 januari 2015 geen verordening heeft conform artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en dat Sociale Werkvoorziening (SW)-geïndiceerden en hun vertegenwoordigers dus niet zijn betrokken bij de uitvoering van deze wet? Welke bestuurlijke en juridische consequenties kan dit hebben?

Vraag 3

Erkent u dat de gemeente Breda eerst de inspraak conform artikel 2, derde lid, van de Wsw op orde moet hebben, alvorens over gegaan kan worden tot nieuw beleid en ingrijpende organisatorische veranderingen?

Vraag 4

Bent u bereid het stadsbestuur – zowel de gemeenteraad als het college van burgemeester en wethouders – erop te wijzen dat nieuw beleid niet aan de orde kan zijn zolang de inspraak conform artikel 2, derde lid, van de Wsw niet is geregeld? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Is het voorgenomen beleid in Breda wat u betreft in lijn met de recent aangenomen motie-Jasper van Dijk om de toegang tot beschut werk te verruimen? Kunt u uw antwoord toelichten?3

Vraag 6

Zijn er meer gemeenten in Nederland die de betrokkenheid van SW-geïndiceerden en hun vertegenwoordigers niet conform de wet hebben georganiseerd en vastgelegd in een verordening? Zo ja, welke zijn dat en wat gaat u hieraan doen?

Vraag 7

Bent u bereid deze vragen voor 10 januari 2019 te beantwoorden, aangezien de Bredase gemeenteraad dan over dit onderwerp vergadert?


X Noot
1

BN/De Stem, «ATEA verdwijnt: Er is veel onrust», d.d. 5 december 2018

X Noot
2

BN/De Stem, «SP: Breda komt Wet Sociale Werkvoorziening niet na», d.d. 17 november 2018

X Noot
3

Kamerstuk 35 000 XV, nr. 56

Naar boven