Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-20192018Z21914

Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media over de grote kloof tussen gelukkige en kwetsbare kinderen (ingezonden 22 november 2018).

Vraag 1

Bent u bekend met de conclusies van de Kinderombudsvrouw dat er een grote kloof is tussen gelukkige en kwetsbare kinderen?1

Vraag 2

Wat is uw reactie op de conclusie van de Kinderombudsvrouw dat kinderen die opgroeien in een kwetsbare situatie over alle aspecten in hun leven negatiever zijn dan kinderen die geen bijzonderheden hebben? Bent u bereid hier nader onderzoek naar te doen om juist deze groep kinderen te helpen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3

Wat is uw reactie op de conclusie van de Kinderombudsvrouw dat 10 procent van de kinderen hun leven een zware onvoldoende geeft (gemiddeld een 3,8)? Bent u bereid hier nader onderzoek naar te doen om juist deze groep kinderen te helpen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Deelt u de analyse van de Kinderombudsvrouw dat kinderen met wie het niet goed gaat niet goed worden bereikt vanwege de prestatiemaatschappij en dat daardoor kinderen die problemen hebben zich niet durven te laten zien en zich terugtrekken?2 Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

Vraag 5

Wat kunt u doen aan de veiligheid thuis, aangezien maar liefst 10 procent van de kinderen aangeeft dat de veiligheid thuis niet in orde is?

Vraag 6

Ziet u een rol voor uzelf en hulpverleners, omdat kinderen die in de jeugdhulp zitten hun leven bijna twee punten lager beoordelen? Zo, ja wat gaat u doen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

Wat kunt u doen aan het bieden van meer zekerheid aan kinderen, aangezien 19 procent van de kinderen aangeeft dat hun zekerheid (stabiliteit in leefomstandigheden en het hebben van een toekomstperspectief) niet op orde is?

Vraag 8

Relatief veel kinderen (13 procent) willen verbetering in de situatie thuis (ouders, opvoeders of familieleden die ruzie maken of weinig thuis zijn, strikte regels, weinig aandacht voor elkaar en sommigen willen zelfs geen contact meer met ouders); ziet u hierin een rol voor uzelf? Zo, ja welke? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9

Wat kunt u onder andere doen aan persoonlijke aandacht in het onderwijs, aangezien een niet te verwaarlozen deel van de kinderen aangeeft dat dit beter moet?

Vraag 10

Wat kunt u eraan doen om de stress onder kinderen te verminderen, aangezien relatief veel kinderen stress ervaren?

Vraag 11

Wat kunt u doen om activiteiten voor kinderen te bevorderen (zoals meer sport- of muziekles), aangezien een deel van de kinderen (8 procent) dit als verbeterpunt ziet? Kunt u in uw antwoord ook de oplossingen die Integrale Kindcentra (IKC’s) hierbij bieden meenemen en bent u bereid om aanvullende maatregelen te nemen, zodat ook kinderen van minder draagkrachtige ouders kunnen meedoen?

Vraag 12

Wat is uw verklaring voor het feit dat jonge kinderen hun leven beter beoordelen dan jongeren vanaf 13 jaar?

Vraag 13

Vindt u dat kinderen en jongeren voldoende meepraten en meebeslissen over zaken die van invloed zijn op hun leven? Zo nee, wat kunt u nog meer doen?

Vraag 14

Wat doet dit kabinet met alle verschillende adviezen van de Kinderombudsvrouw?