Vragen van het lid Moorlag (PvdA) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over een windmolenpark in Drenthe (ingezonden 6 november 2018).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Te veel windmolens ingetekend»?1

Vraag 2

Klopt het dat in het Windpark Drentse Monden en Oostermoer wordt voorzien in de bouw van 45 windturbines met een vermogen van 175,5 MW?

Vraag 3

Klopt het dat uw ambtsvoorganger de opgave voor dit windpark heeft gereduceerd naar 150 MW? Zo ja, betekent dit dat die 150MW een maximum betreft?

Vraag 4

Bent u van mening dat een vermogen 175,5 MW overeenkomt met «circa 150 MW» het vermogen dat in het ontwerpbesluit is genoemd? Zo ja, waarom? Waar liggen de boven- en ondergrens van «circa 150 MW» en wie bepaalt die? Zo nee, waarom is dan meer dan circa 150 MW vergund?

Vraag 5

Hoe verhoudt zich het vergunnen van 45 windturbines met een vermogen van 175,5 MW zich met het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) waarin in overweging is gegeven om bij het gebruik van windturbines met een groter vermogen het aantal windturbines te reduceren?

Vraag 6

Waarom is het advies van de Commissie m.e.r. niet opgevolgd, mede in het licht van het gegeven dat in het gebied het draagvlak bij bewoners en mede-overheden vrijwel geheel afwezig is, er grote zorgen zijn over de aantasting van de leefbaarheid in het gebied en gelet op het gegeven dat een vermogen van 150 MW volstaat om de taakstelling voor de provincie Drenthe te realiseren?

Vraag 7

Bent u bereid om te bewerkstelligen dat het aantal windturbines in het windpark wordt verminderd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid dat te doen in overleg met de mede-overheden, waarbij het uitgangspunt is dat zo veel mogelijk knelpunten voor de leefbaarheid worden weggenomen?


X Noot
1

Dagblad van het Noorden, 5 november 2018

Naar boven