Vragen van het lid Özdil (GroenLinks) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de berichten «Studie Nederlands dreigt te verdwijnen door studententekort» en «Studie Nederlands is alleen in het buitenland populair» (ingezonden 18 september 2018).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de berichten «Studie Nederlands dreigt te verdwijnen door studententekort»1 en «Studie Nederlands is alleen in het buitenland populair»?2

Vraag 2

Hoe verklaart u dat de afgelopen tien jaar het aantal inschrijvingen voor de opleiding Nederlands met bijna 60 procent is gedaald?

Vraag 3

Bent u ervan op de hoogte dat het afdelingshoofd «Taal, Literatuur & Communicatie» van de faculteit der Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam de noodklok luidt over het teruggelopen aantal studenten en vreest voor het verdwijnen van de studie Nederlands op de faculteit?

Vraag 4

Deelt u de mening dat de opleiding Nederlands van groot maatschappelijk belang is en dat het verdwijnen van taalstudies, zoals Nederlands, onwenselijk is?

Vraag 5

Wat zijn de langetermijngevolgen voor het dalende aantal afgestudeerden in Nederlandse letterkunde? Wat voor invloed heeft dit bijvoorbeeld op de vaardigheden van docenten, de onderwijskwaliteit en het aanbod in het voortgezet onderwijs?

Vraag 6

Bent u van plan extra maatregelen te nemen om het dalende aantal inschrijvingen tegen te gaan? Bent u van plan zich in te zetten om het huidige aanbod van Nederlands op hoger onderwijsinstellingen te behouden? Zo ja, welke extra maatregelen zijn dat?

Vraag 7

Is het huidige bekostigingssysteem de oorzaak van de ontwikkeling dat universiteiten zich gedwongen voelen de studie Nederlands te schrappen vanwege «te weinig aanmeldingen»?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van der Molen (CDA), ingezonden 18 september 2018 (vraagnummer 2018Z16222)

Naar boven