Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de grote vertraging bij de herbeoordeling
van bestrijdingsmiddelen (ingezonden 30 augustus 2018).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van Foodwatch waaruit blijkt dat de herbeoordeling
van honderden werkzame stoffen niet op tijd plaatsvindt?1 Hoe beoordeelt u de conclusies van dit onderzoek?
Vraag 2
Kunt u uitleggen hoe het op de markt houden van bestrijdingsmiddelen die al jaren
niet zijn herbeoordeeld op de schadelijkheid ervan zich verhoudt tot het voorzorgbeginsel,
waarbij bescherming van mens en milieu het uitgangspunt is?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onverantwoord is dat het probleem van een tekort aan middelen
en capaciteit voor de verplichte herbeoordeling nu letterlijk op het bord van de consument
wordt gelegd, doordat verouderde goedkeuringen van werkzame stoffen keer op keer procedureel
verlengd worden zonder dat er een inhoudelijke toets heeft plaatsgevonden op de risico’s
van de stof op mens, dier en milieu? Zo nee, kunt u dit toelichten?
Vraag 4
Vindt u het acceptabel dat consumenten en het milieu jarenlang worden blootgesteld
aan bestrijdingsmiddelen die al lang hadden moeten worden getoetst aan nieuwe wetenschappelijke
inzichten, en zelfs aan stoffen die waarschijnlijk niet meer blijken te voldoen aan
de veiligheidscriteria? Zo ja, hoe kunt u dat verantwoorden? Zo nee, op welke wijze
en welk termijn gaat u dit probleem oplossen?
Vraag 5
Bent u bereid om maatregelen te nemen om het tekort aan capaciteit en middelen dat
als reden wordt opgevoerd voor de vele verlengingen, structureel aan te pakken, zowel
op nationaal als op Europees niveau? Zo ja, hoe en wanneer gaat u hiermee aan de slag?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Deelt u de mening dat het extra problematisch is wanneer werkzame stoffen waarvan
al in 2015 wettelijk is vastgelegd dat ze extra risico’s met zich meebrengen, zonder
inhoudelijke toets verlengd worden?2 Zo nee, kunt u dit toelichten?
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat stoffen waarvan is aangetoond dat ze kankerverwekkend zijn,
giftig zijn voor de voortplanting of die ons DNA kunnen beschadigen, niet mogen worden
goedgekeurd in Europa? Deelt u de mening dat werkzame stoffen waarvan bekend is of
vermoed wordt dat ze over deze schadelijke eigenschappen beschikken, die als uitsluitingscriteria
in de Europese procedures vast liggen, nooit een verlenging van een verouderde goedkeuring
zouden mogen krijgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid om voortaan nooit
meer in te stemmen met dergelijke verlengingen?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de procedurele verlenging van twee stoffen – namelijk flumioxazine
en quizalofop-P-tefuryl – waarvan al in 2015 wettelijk is vastgesteld dat ze zijn
ingedeeld of moeten worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting (categorie 1A
of 1B), overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1272/2008? Hoe beoordeelt
u de verlenging van drie stoffen, namelijk chlorotoluron, dimoxystrobin en thiacloprid,
waarvan wettelijk is vastgesteld dat ze geacht worden hormoonontregelende eigenschappen
te hebben die schadelijk kunnen zijn voor de mens? Deelt u de mening dat het zeer
onwenselijk is dat de goedkeuringen van deze stoffen zijn verlengd zonder volledige
herbeoordeling? Zo nee, kunt u dit toelichten?
Vraag 9
Kunt u uitleggen waarom twee van deze schadelijke werkzame stoffen, namelijk thiacloprid
en flumioxazine, ook over Nederlandse toelatingen beschikken?
Vraag 10
Kunt u uitleggen waarom tevens verschillende stoffen die reeds in 2015 op de wettelijke
lijst van werkzame stoffen die vanwege hun schadelijke eigenschappen in aanmerking
komen om te worden vervangen en die sindsdien procedureel verlengd zijn zonder inhoudelijke
toets, over Nederlandse toelatingen beschikken?
Vraag 11
Bent u bereid om de nationale toelatingen van thiacloprid en flumioxazine onmiddellijk
in te trekken en zo het gebruik van deze schadelijke middelen een halt toe te roepen?
Zo nee, waarom niet en hoe verantwoordt u het feit dat consumenten en het milieu nog
langer aan deze schadelijke stoffen worden blootgesteld?
Vraag 12
Bent u bereid om het College ter beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden
(Ctgb) de opdracht te geven om geen nationale toelatingen meer af te geven dan wel
te verlengen voor stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen en nooit
een herbeoordeling hebben ondergaan? Zo nee, waarom niet?
X Noot
1Trouw, 25 augustus: Boeren en tuinders gebruiken pesticiden die mogelijk gevaarlijk
zijn voor mensen – en dat mag van de EU; Foodwatch, augustus 2018: «Ten minste onhoudbaar
tot ... Hoe Europa schadelijke pesticiden op ons bord houdt»
X Noot
2Uitvoeringsverordening 2015/408 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening
(EG) nr. 1107/2009 van het Europees parlement en de Raad betreffende het op de markt
brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen
die in aanmerking komen om te worden vervangen