Vragen van het lid Hermans (VVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het beleid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bij inspecties bij thuiszorginstellingen (ingezonden 3 augustus 2018).

Vraag 1

Deelt u de mening dat mensen die afhankelijk zijn van ondersteuning thuis, altijd moeten kunnen rekenen op goede en veilige ondersteuning?

Vraag 2

Heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in het licht van de bevindingen van de Consumentenbond voldoende interventiemogelijkheden met het huidige handhavingsinstrumentarium? Klopt het dat de IGJ na het vaststellen van tekortkomingen, sommige thuiszorgorganisaties heeft overgedragen aan een andere afdeling? Wat is daarvan de reden? Hebben deze afdelingen dezelfde tekortkomingen geconstateerd? Wat is daarna gebeurd?1

Vraag 3

Is de ambitie die de IGJ heeft aangegeven, namelijk om een aparte risico-afdeling voor thuiszorg in te willen stellen, naar aanleiding van dit nieuwsbericht ontstaan of is deze ambitie al langer een wens en een concreet voornemen? Is voor het oprichten en bemensen van deze aparte risico-afdeling voldoende budget en mankracht beschikbaar?2

Vraag 4

Kunt u aangeven welk criterium door de IGJ wordt gehanteerd om vast te stellen of sprake is van ernstige risico’s voor de cliënten en wanneer wordt besloten om al dan niet in te grijpen? Worden alle 15 voorwaarden door de IGJ op dezelfde manier meegenomen in het toezicht?

Vraag 5

Waarom hoeven niet alle zorginstellingen aan de 15 voorwaarden te voldoen?

Vraag 6

Hoe past het beoordelen van zorgaanbieders op 15 criteria bij de nieuwe manier van toezicht en handhaving door de IGJ?

Vraag 7

Hoe controleert de IGJ op welke wijze de thuiszorginstelling zelf geleerd heeft van de tekortkomingen? Wordt deze voortgang door de IGJ gerapporteerd? Zo ja, kunt u dit inzichtelijk maken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8

De IGJ start eind dit jaar met een uitgebreider toezichtstraject bij nieuwe zorginstellingen om in detail duidelijk te krijgen «hoe de zorg er echt uitziet» en waar het mis gaat; vindt de uitbreiding van dit toezichtstraject alleen bij de thuiszorg plaats of breder in de ouderenzorg? Wat is de aanleiding om eind dit jaar te starten met een uitgebreider toezichtstraject?

Vraag 9

Uit de tabel van de Consumentenbond blijkt dat de in het onderzoek betrokken zorgaanbieders onderling erg variëren in het aantal cliënten waarvoor zij (zouden moeten) zorgen: kunt u aangeven hoeveel van deze zorgaanbieders gecontracteerde zorg leveren en hoeveel aanbieders ongecontracteerde zorg leveren?

Vraag 10

Kunt u aangeven hoeveel van deze 50 zorgaanbieders cliënten hebben die hun zorg zelf inkopen middels het persoonsgebonden budget? Om hoeveel cliënten gaat het? Op welke wijze zijn deze cliënten door de IGJ gewezen op de geconstateerde tekortkomingen?

Vraag 11

Hoe gaat u ervoor zorgen dat signalen over het achterblijven van verbetering bij thuiszorgorganisaties ook opgepakt worden als de Consumentenbond of een andere organisatie niet aan de bel trekt?

Toelichting

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Kerstens (PvdA), ingezonden op 2 augustus 2018, (vraagnummer 2018Z14483) en op eerdere vragen terzake van de leden Van Gerven en Hijink (beiden SP), ingezonden 2 augustus 2018 (vraagnummer 2018Z14485).


X Noot
1

Consumentenbond, augustus 2018. «Thuiszorg in de knel».

X Noot
2

NRC, 2 augustus 2018. «Consumentenbond: Thuiszorg voldoet niet».

Naar boven