Vragen van de leden Van Oosten en ArnoRutte (beiden VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over een vonnis waarbij een taakstraf wordt opgelegd na (poging tot) mishandeling van een agent (ingezonden 20 juni 2018).

Vraag 1

Deelt u de mening dat het opleggen van een taakstraf na (poging tot) mishandeling van een agent nauwelijks uitdrukking geeft aan de ernst van hetgeen heeft plaatsgevonden, namelijk geweld tegen een agent die een publieke taak vervult ter bescherming van de openbare orde in het belang van ons allemaal? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2

Deelt u daarom de mening dat geweld tegen personen met een publieke taak niet afgedaan zou moeten kunnen worden met slechts een taakstraf? Zo nee, hoe legt u dan uit dat een taakstraf desondanks voldoende uitdrukking geeft aan de geschoktheid van de samenleving?

Vraag 3

Welke concrete stappen mogen van u worden verwacht om na bewezen mishandeling of poging daartoe van een agent of een andere publieke dienstverlener tenminste een celstraf op te leggen? Ziet u in dit kader bijvoorbeeld meerwaarde in aanscherping van artikel 22b Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat bij een aantal ernstige delicten niet mag worden volstaan met slechts een taakstraf? Zo nee, welke aanpassing / aanscherping van de wet bent u dan voornemens te doen?

Vraag 4

Tenslotte, welke concrete stappen mogen van u worden verwacht om ook de pakkans te vergroten van degenen die geweld plegen tegen personen met een publieke taak?

Naar boven