Vragen van de leden Hijink en Leijten (beiden SP) aan de Minister voor Medische Zorg
over het aandeel van banken in de financiering van de zorg (ingezonden 7 februari
2018).
Vraag 1
Wat vindt u ervan dat kredietinstellingen 21 miljard euro aan vreemd vermogen en ruim
twee miljard euro aan werkkapitaal uit hebben staan bij zorginstellingen, zoals vermeld
wordt in de column van Marion Frissen?1 2
Vraag 2
Hoe kan het dat zorginstellingen zo veel geld bij moeten lenen, terwijl zorgverzekeraars
een kostendekkende premie hebben om de zorg te kunnen financieren?
Vraag 3
Kunt u toelichten hoe het mogelijk is dat de voorschotten van zorgverzekeraars niet
toereikend zijn voor een voldoende liquiditeitspositie van zorginstellingen? Wat gaat
u doen om dit te verbeteren?
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten hoeveel premiegeld in totaal gaat naar het betalen van rentes
aan banken over de uitstaande leningen? Zo neen, bent u bereid dit uit te zoeken?
Vraag 5
Is het volgens u wenselijk dat veel zorginstellingen bij banken onder bijzonder beheer
zijn komen te staan?3
Vraag 6
Is het waar dat banken zorginstellingen beoordelen aan de hand van «haalbaarheid van
bedrijfsplannen, rendementsprognoses en current ratio’s»?4
Vraag 7
Hoe geeft u gevolg aan de passage in het rapport van de Nederlandse Vereniging van
Banken (NVB) (blz. 18) waarin vermeld staat dat bedrijfsmatig denken een belangrijke
plaats dient te hebben in alle besturen en managementteams van zorginstellingen, omdat
anders de kans groot is op «onrendabele business cases»?5
Vraag 8
Erkent u dat de rol van de patiënt in het bedrijfsmatig denken en in de business cases
ondergeschikt is aan financieel rendement?
Vraag 9
Acht u het wenselijk dat banken door hun rol als kapitaalverstrekker in de zorg veel
invloed kunnen uitoefenen op zorginstellingen?
Vraag 10
Erkent u dat de continuïteit van zorg onder druk staat door de dwangmatige sturing
van banken op rendement? Wat gaat u doen om deze druk weg te nemen?
Vraag 11
Bent u bekend met het fenomeen dat banken druk uitoefenen op ziekenhuizen om te specialiseren,
opdat alle afdelingen die niet rendabel genoeg zijn wegbezuinigd kunnen worden? Wat
vindt u hiervan? Kunt u dit toelichten?
Vraag 12
Erkent u dat door de specialisaties van ziekenhuizen, onder meer afgedwongen door
banken, wachtlijsten toenemen? Wat gaat u doen om deze schadelijke ontwikkeling tegen
te gaan?
Vraag 13
In hoeverre zijn de uitvoeringskosten toegenomen door de invoering van prestatiebekostiging,
waarbij zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn geworden voor de bekostiging,
bedrijfsmatig moeten werken, buffers moeten aanhouden en rente moeten betalen aan
kapitaalverstrekkers? Kunt u dit tevens relateren aan de uitvoeringskosten van budgetbekostiging,
waarbij de bekostiging vanuit de overheid georganiseerd en gegarandeerd werd?6
Vraag 14
Vindt u ook dat de uitspraak van de NVB – dat het wettelijk kader met een verbod op
winstuitkering momenteel te weinig ruimte biedt voor het aantrekken van risicodragend
kapitaal – ongepast is? Kunt u reageren op deze uitspraak?7
Vraag 15
Vindt u het ook een goed idee om voor zorginstellingen de financiële garantstelling
door de overheid te vergroten, zodat zorginstellingen minder afhankelijk worden van
de financiële sector? Kunt u dit toelichten?
Vraag 16
Kunt u reageren op de stelling dat óf banken moeten worden beschouwd als actoren binnen
het zorgveld en dienen zich maatschappelijk verantwoord te gedragen óf zij moeten
buiten de zorg blijven en zorginstellingen moeten al hun benodigde geld krijgen via
de zorgverzekeraars of een landelijk fonds? Kunt u dit toelichten?8
Vraag 17
Deelt u de overtuiging dat de financiering van de zorg het beste geregeld kan worden
door de overheid op grond van een regionaal bepaalde zorgbehoefte op basis van aantal
inwoners en hun te verwachten ziektelast, zonder tussenkomst van zorgverzekeraars
en banken? Kunt u dit toelichten?