Vragen van de leden Groothuizen en Den Boer (beiden D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «coldcaseteams» (ingezonden 17 november 2017).

Vraag 1

Kent u het artikel «Coldcaseteams gaan willekeurig te werk»?1

Vraag 2

Wat is de verhouding van reguliere zaken ten opzichte van coldcases?

Vraag 3

Kunt u, vanaf 2012, aangeven hoeveel coldcases zich jaarlijks voordoen? Indien hier een stijging in het aantal zichtbaar is, hoe verklaart u dit?

Vraag 4

Klopt het bericht dat het besluit over te gaan tot openen van een coldcase vrij willekeurig verloopt? Hoe duidt u deze opvatting?

Vraag 5

Deelt u de mening dat het goed zou zijn selectiecriteria te stellen voor het heropenen van een zaak? Zo ja, bent u bereid deze criteria te ontwerpen? Zo nee, waarom niet? Acht u in dit geval de werkwijze rondom het heropenen van een zaak afdoende?

Vraag 6

Op welke wijze wordt het label «coldcase» in de praktijk gebruikt? Klopt het bericht dat het gebruik van het label «coldcase» in de praktijk vaak geen verschil maakt omdat in grote delen van Nederland geen vaste «coldcase teams» zijn en recentere zaken voorrang krijgen?

Vraag 7

Hoe duidt u de mogelijkheid van het opzetten van elite-teams, die bepaalde expertise hebben en daadwerkelijk iets kunnen toevoegen wanneer het reguliere recherchewerk tot niets heeft geleid in coldcases? Kunt u een inschatting maken van de kosten voor dit soort teams?


X Noot
1

De Volkskrant, «Coldcaseteams gaan willekeurig te werk», 31 oktober 2017.

Naar boven