Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-20172016Z23046

Vragen van de leden Omtzigt (CDA) en Van Weyenberg (D66) aan de Staatssecretaris van Financiën over de voortdurende totale onzekerheid over het uitstel van handhaving van de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (ingezonden 5 december 2016).

Vraag 1

Bent u bekend met de uiting op de site van de Belastingdienst over het gedoogbeleid ten aanzien van zzp’ers, alwaar is te lezen:1

«Tot 1 januari 2018 krijgt u geen naheffingsaanslagen of boetes

Tenzij u overduidelijk kwaadwillend bent.

Wat bedoelen wij met «kwaadwillend»? Dit:

U kunt weten dat een zzp'er eigenlijk in loondienst voor u werkt. Maar u doet geen moeite om anders te gaan samenwerken. U gaat gewoon op de oude manier verder. Zonder een modelovereenkomst te gebruiken. En zonder loonheffingen in te houden. Zo hebt u een oneerlijk financieel voordeel in vergelijking met uw concurrenten.

Maar doet u uw best om op de juiste manier te werken? Dan hoeft u zich geen zorgen te maken over naheffingsaanslagen of boetes. Die krijgt u niet. Ook niet met terugwerkende kracht

U kunt dus gewoon aan de slag.»?

Vraag 2

Deelt u de mening dat de Belastingdienst in deze publiekelijk bekend gemaakte uiting een andere, veel ruimere definitie geeft van het begrip (overduidelijk) kwaadwillende in vergelijking met uw eigen definitie van (evident) kwaadwillende van 18 november 2016, in bijlage 4 van uw brief inzake de Wet DBA, waar u schreef:

«Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).»?

Vraag 3

Herinnert u zich dat u bijlage 4 in antwoorden op eerdere vragen (Aanhangsel Handelingen II, 2016/17, nr. 629) preciseerde als:

«Ja, zoals in bijlage 4 bij mijn brief van 18 november 2016 is aangegeven, maakt de Belastingdienst bij de opschorting van de handhaving een uitzondering voor de zogenoemde kwaadwillenden. Er kunnen immers situaties ontstaan waarin partijen evident zo ver buiten het wettelijk kader treden dat de Belastingdienst dat niet mag laten lopen. Vanzelfsprekend gaat het daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Ik preciseer in dit verband graag mijn opmerkingen, die ik hierover heb gemaakt in de Eerste Kamer tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota 2017. Het gaat echt om uitzonderlijke gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting. In het debat in de Eerste Kamer heb ik geschat dat het naar de huidige inzichten gaat om ordegrootte 10 gevallen».?

Vraag 4

Deelt u de mening dat de definitie van het gedoogbeleid op vraag 1 verschilt van de definitie op vraag 2 en vraag 3?

Vraag 5

Deelt u de mening dat de Belastingdienst met deze andere definitie wederom nieuwe onduidelijkheid en onrust creëert in het Wet DBA-dossier, aangezien bij deze definitie op de website er veel meer dan de door u genoemde (maximaal) 10 kwaadwillende partijen zullen zijn?

Vraag 6

Heeft de Belastingdienst inzake de eigen definitie van (overduidelijk) kwaadwillende overleg vooraf met u c.q. met uw ministerie overleg gevoerd, en bent u dus akkoord gegaan met de tekst op de website als een operationalisering van de uitleg die u zelf aan de Kamer gegeven heeft?

Vraag 7

Zo nee, kunt u dan aangeven hoe tot de tekst op de website gekomen is?

Vraag 8

Zo ja, waarom staat u toe dat de Belastingdienst een andere, ruimere definitie van (overduidelijk) kwaadwillende mag publiceren op de eigen website? Zo nee, moet in deze gang van zaken een bevestiging worden gezien van het feit dat de Belastingdienst ook in deze context een autonoom opererende organisatie is die belangrijke maatschappelijk gevoelige zaken niet met u c.q. met uw ministerie afstemt?

Vraag 9

Bent u ervan op de hoogte dat er nog 1900 modelovereenkomsten beoordeeld moeten worden door de Belastingdienst en dat die mensen dus helemaal niet weten of zij aan de bij vraag 1 genoemde definitie op de website kunnen voldoen?2

Vraag 10

Gegeven de vele verschillende definities die u tot nu toe hanteert, kunt u nu helder aangeven wat de daadwerkelijke definitie is, hoe u die gaat hanteren en hoe u die juridisch gaat borgen?

Vraag 11

Bent u bereid een officieel beleidsbesluit te nemen over welke situaties wel en niet gedoogd zullen worden tot 1 januari 2018 teneinde ten minste een minimale rechtszekerheid te bieden?

Vraag 12

Hoe beoordeelt u het feit dat zzp’ers nu op vrij grote schaal richting payroll en kunstmatige BV’s gedwongen worden? Was dat de bedoeling van de Wet DBA?

Vraag 13

Kunt u deze vragen vóór het voorziene plenaire debat over de Wet DBA in de Kamer beantwoorden?


X Noot
2

Vertegenwoordiger van de Belastingdienst bij het rondetafelgesprek over de Wet DBA in de Tweede Kamer.