Vragen van het lid Lodders (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over diverse toezeggingen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen (ingezonden 15 juli 2009).

Vraag 1

Naar aanleiding van het kritische advies van de Raad van State op de juridische vormgeving van het voorgenomen gebruiksverbod op verhardingen voor niet-professionele gebruikers heeft u aangegeven het gebruiksverbod niet in te voeren, maar kunt u aangeven wanneer de Kamer het advies van de Raad van State kan ontvangen1?

Vraag 2

Hoe gaat u controleren dat bij niet-professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de voorkeursvolgorde «preventie – niet-chemisch – gewasbeschermingsmiddelen» wordt toegepast? Wie gaat hierop toezien? Wat zijn de gevolgen voor de retail en fabrikanten van deze middelen voor hun administratieve lasten, productiekosten en/of andere kosten?

Vraag 3

Wat zijn de gevolgen van deze aanpak voor het milieu? U geeft het advies om speciaal voegmiddel te gebruiken; wat zijn de effecten op de afvoer van water zeker in een tijd waarin we te maken hebben met steeds extremere regenbuien? Wordt dit advies gedeeld door de Unie van Waterschappen? Zo nee, is de Staatssecretaris bereid deze adviezen te heroverwegen? Zo ja, kunnen de waterschappen garanderen dat waterafvoer geborgd is?

Vraag 4

Hoe past de ambitie «ready-to-use», waarbij meer verpakkingsmateriaal nodig zal zijn, bij de ambitie om de hoeveelheid verpakkingsmateriaal terug te dringen? Wie draait voor de kosten op?

Vraag 5

Kunt u aangeven hoeveel budget u beschikbaar heeft gesteld om a) de aanpak voor toezicht op te stellen en b) het benodigde toezicht vorm te geven? Vanuit welk budget wordt dit betaald of gaat het ten koste van andere activiteiten? Zo ja, welke?

Vraag 6

Kunt u aangeven hoe de handhaving vorm zal krijgen op de mogelijke toename in gebruik van niet toegestane middelen, zoals azijn en chloor door de voorkeursvolgorde?


X Noot
1

Kamerstuk 27 858, nr. 370

Naar boven