Vragen van het lid Servaes (PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het
opheffen van sancties tegen Wit-Rusland (ingezonden 18 februari 2016).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat de Europese ministers van Buitenlandse Zaken op 15 februari
jl. hebben besloten om de sancties tegen 170 individuen en 3 bedrijven uit Wit-Rusland
volledig op te heffen?1 Zo ja, kunt u dit besluit en de discussie in de Raad Buitenlandse Zaken toelichten?
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat besluitvorming over sanctieregimes volgens het Lissabon-verdrag
geschiedt op basis van unanimiteit in de Raad en dat de derhalve de expliciete instemming
van alle lidstaten, dus ook van Nederland, was vereist om tot opheffing van de genoemde
sancties over te gaan? Zo ja, kunt u de Nederlandse inzet in de discussie en de instemming
met het besluit toelichten?
Vraag 3
Bent u nog steeds van mening dat de presidentsverkiezingen in oktober 2015, «in het
geheel niet vrij en eerlijk» waren?2 Wordt dit oordeel naar uw mening bevestigd in het eindrapport van de OVSE/ODIHR-waarnemingsmissie
van 28 januari jl.?3 Zo ja, hoe moet opheffing van de sancties in dit licht worden gezien?
Vraag 4
Bent u nog steeds van mening dat er in Wit-Rusland sprake is van substantiële beperkingen
op de persvrijheid, repressie van vrijwel het gehele maatschappelijke middenveld en
wetgeving op basis waarvan eenieder die deelneemt aan ongeautoriseerde bijeenkomsten
strafrechtelijk vervolgd kan worden? Zo ja, hoe moet opheffing van de sancties in
dit licht worden gezien?
Vraag 5
Klopt het dat voor de voormalige politieke gevangenen nog steeds ernstige belemmeringen
op hun burgerlijke en politieke vrijheden gelden? Zo ja, hoe moet opheffing van de
sancties in dit licht worden gezien?
Vraag 6
Heeft Wit-Rusland recent stappen genomen om de doodstraf af te schaffen of de toepassing
van de doodstraf stop te zetten? Zo nee, hoe moet de opheffing van de sancties in
dit licht worden gezien?
Vraag 7
Deelt u de opvatting van de VN Speciale Rapporteur voor Wit-Rusland, Miklós Haraszti,
dat er sinds de presidentsverkiezingen van oktober geen verandering te zien is in
de sombere mensenrechtensituatie in Wit-Rusland?4 Zo ja, hoe moet opheffing van de sancties in dit licht worden gezien?
Vraag 8
Heeft u in voorbereiding op besluitvorming over de sancties in de RBZ contact gezocht
met mensenrechtenverdedigers en de oppositie in Wit-Rusland? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, wat was uw reactie op de gezamenlijke oproep van acht oppositieleiders «to
keep visa and financial restrictions (sanctions) against Belarusian officials who
were directly involved in the repression against political opponents or in the falsification
of the elections results», alsmede op hun verzoek om pas na de parlementsverkiezingen
van later dit jaar een definitief besluit over de sancties te nemen?5
Vraag 9
Heeft u kennisgenomen van reacties van Wit-Russische oppositieleiders op het EU-besluit
de sancties, tegen hun gezamenlijke oproep in, toch op te heffen? Zo ja, wat is bijvoorbeeld
uw reactie op oppositieleider Andrei Sannikov die spreekt van «a very unfortunate
decision that would have negative consequences for the Belarusian people, civil society
and independent media» en stelt dat «it is a very clear signal to the dictatorship
that it can continue with its practices»?6
Vraag 10
Bent u bekend met het bericht «Kremlin welcomes EU’s decision to lift sanctions on
Belarusian President Lukashenko»?7 Zo ja, hoe kijkt u aan tegen deze uitlatingen van de Russische regering?
Vraag 11
Waar doelde u op toen u na afloop van de Raad Buitenlandse Zaken stelde dat de sancties
ook weer opnieuw ingesteld kunnen worden?8 In welke situatie zult u voor hernieuwde instelling van de sancties pleiten? In hoeverre
spelen het verloop van de aankomende parlementsverkiezingen en ontwikkelingen in de
mensenrechtensituatie hierbij een rol?
Vraag 12
Klopt het dat hernieuwde instelling van de sancties opnieuw een besluit op basis van
unanimiteit in de Raad vergt en dat derhalve de expliciete instemming van alle lidstaten
vereist is? Zo ja, hoe denkt u te zijner tijd die unanimiteit te kunnen bewerkstelligen?
Vraag 13
Wat zegt het besluit van de Raad Buitenlandse Zaken om de sancties tegen Wit-Rusland
op dit moment op te heffen over de EU als waardengemeenschap? Deelt u de inschatting
dat het er alle schijn van heeft dat fundamentele Europese waarden als democratie
en respect voor mensenrechten in dit geval plaats hebben moeten maken voor geopolitieke
en/of economische overwegingen?
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 617, antwoord op vraag 2 en 3