Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over
samenwerkingsverbanden tussen notarissen en niet-notarissen (ingezonden 16 februari
2016).
Vraag 1
Wat is uw oordeel over de door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) vastgestelde
Interdisciplinaire Samenwerking (IDS)verordening 2015 (hierna: de verordening)? Bent
u voornemens uw goedkeuring daaraan te geven? Welke overwegingen liggen ten grondslag
aan uw besluit?
Vraag 2
Wat is uw reactie op de uitspraak van de tuchtrechter met betrekking tot het verbieden
van het samenwerkingsverband met de Nationale Notaris?1
Vraag 3
Is het inmiddels nog wel duidelijk genoeg voor notarissen onder welke voorwaarden
en met wie ze mogen samenwerken? Biedt de verordening daarvoor voldoende houvast?
Vraag 4
Waarom wordt bijvoorbeeld een samenwerkingsverband als de Hema-notaris niet aan de
verordening getoetst? Als de verordening niet uitputtend is voor alle samenwerkingsverbanden
van notarissen, welke meerwaarde heeft deze dan nog?
Vraag 5
In hoeverre zijn andere samenwerkingsvormen dan de Nationale Notaris, zoals een franchisemodel,
wel acceptabel? Indien hier geen duidelijkheid over kan worden gegeven, is de verordening
daarmee niet meer dan een dode letter?
Vraag 6
Wat zijn de redenen dat notarissen volgens de verordening wel met advocaten mogen
samenwerken, maar bijvoorbeeld niet met accountants?
Vraag 7
Wat is uw oordeel over de mogelijkheid die de verordening biedt om aandeelhouders
en bestuurders van een notariële praktijkvennootschap toe te laten die geen (kandidaat-)notaris
zijn? In hoeverre biedt dit voldoende ruimte aan de benodigde notariële onafhankelijkheid
en zeggenschap over de eigen notarispraktijk? Is bovengenoemde tuchtuitspraak van
invloed op uw oordeel?
Vraag 8
Bent u van mening dat de verordening een duidelijk en uitputtend toetsingskader zou
moeten zijn voor iedere interdisciplinaire samenwerkingsvorm van notarissen, waarin
niet-notarissen feitelijke zeggenschap hebben of goodwill kunnen opbouwen in de praktijkvennootschap
van de notaris? Voldoet de verordening hieraan? Wat zijn de consequenties als de verordening
zou worden doorgehaald en toetsing dus net als in betreffende tuchtrechtelijke uitspraak
plaatsvindt op grond van artikel 17 van de Wet op het Notarisambt (WNA)?
Vraag 9
In hoeverre kan een notaris voldoende onpartijdig en onafhankelijk blijven in een
samenwerkingsverband met advocaten die zich partijdig dienen op te stellen?
Vraag 10
Klopt het dat, door dergelijke samenwerkingsverbanden zoals de Hema-notaris, ondernemers
de titel notaris mogen gebruiken, zonder dat zij voldoen aan de vereisten van artikel
2 WNA? Wat zijn daar de gevolgen van? In hoeverre vallen dergelijke ondernemers dan
wel ondernemingen onder de notariële wet- en regelgeving, inclusief verzekeringsplicht,
tucht en toezicht?
Vraag 11
Worden samenwerkingsverbanden tussen andere ondernemers en notarissen, die onder een
gezamenlijke naam de markt betreden, getoetst aan de verordening? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Klopt het dat Nationale Notaris Holding B.V. in verband met de door hen gedreven onderneming
overleg heeft gevoerd met het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en de KNB? Wat was
de conclusie van dat overleg? In hoeverre heeft de KNB de bevoegdheid toestemming
te verlenen aan het recht om de titel notaris te voeren gezien de inhoud van artikelen
2 en 3 WNA? Deelt u de mening dat het gebruik van de titel notaris door derden, niet
zijnde notarissen, onrechtmatig is of in ieder geval misleidend is voor het publiek?
Vraag 13
Welke rol speelt het BFT waar het gaat om toezicht op samenwerkingsverbanden tussen
notarissen en niet-notarissen? Is er voor het BFT, onder de verordening, exact hetzelfde
toezicht mogelijk op notarissen binnen IDS-notariskantoren als niet-IDS-notariskantoren?
Vraag 14
Klopt het dat er binnen de accountancy door de AFM een actief beleid wordt gevoerd,
waardoor het voor een aantal ondernemers verboden is om desbetreffende beroepstitel
te dragen? Bent u bereid het BFT te vragen een dergelijk beleid te voeren binnen het
notariaat? Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Wat is uw reactie op het onderdeel van de tuchtrechtelijke uitspraak waaruit blijkt
dat meerdere notarissen in Nederland actief zijn met een soortgelijk verboden samenwerkingsverband?
Welke rol ziet u hier weggelegd voor het BFT?
Vraag 16
Deelt u de mening dat in verband met de vrije notariskeuze, het voor eenieder altijd
vooraf duidelijk kenbaar moet zijn onder verantwoordelijkheid van welke notaris bepaalde
notariële werkzaamheden plaatsvinden? Is het naast elkaar hanteren van meerdere namen
door een notariële praktijkvennootschap al dan niet in samenwerking met of onder de
naam van anderen in dit verband niet onnodig verwarrend en daarom ongewenst? Kunt
u uw antwoord toelichten?