Vragen van de leden Kuiken en Fokke (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Minister voor Wonen en Rijksdienst over het bericht dat bestuurders in de buurt meetellen bij de planning van asielzoekerscentra (ingezonden 4 februari 2016).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat bij de afweging of lege rijkspanden geschikt zijn voor asielopvang, rekening wordt gehouden met «bestuurders» die in de buurt wonen?1

Vraag 2

Deelt u de mening dat het de verantwoordelijkheid is van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en het Rijksvastgoedbedrijf om geschikte opvanglocaties te vinden waarbij rekening gehouden moet worden met alle omwonenden en niet met een individu?

Vraag 3

Kunt u een verklaring geven waarom een topambtenaar van het Rijksvastgoedbedrijf opdracht heeft gegeven om uit te zoeken welke bestuurders in de buurt van een mogelijke opvanglocatie wonen? Was u hiervan op de hoogte en wie geeft daartoe doorgaans de opdracht?

Vraag 4

Is er een verschil tussen de «omgevingsanalyse», die wordt ontwikkeld alvorens er een nieuwe locatie vast wordt gesteld, ofwel de algemene «sociale kaart» van een wijk en de specifieke opdracht om uit te zoeken welke bestuurders in de buurt wonen?

Vraag 5

Is het gebruikelijk om bestuurders op deze manier te beschermen en zo ja, waar is dit op gebaseerd? Geldt dit ook voor andere groepen belanghebbenden en welke zijn dit dan precies?

Vraag 6

Kunt u vertellen wat doorgaans de invloed is van een dergelijke lijst van omwonenden op het proces van besluitvorming?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Voortman (GroenLinks), ingezonden 4 februari 2016 (vraagnummer 2016Z02333).

Naar boven