Vragen van de leden Oosenbrug en Otwin van Dijk (beiden PvdA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en van Economische Zaken over voortdurende onbereikbaarheid van 112 voor doven en slechthorenden (ingezonden 22 oktober 2015).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «112 onvoldoende bereikbaar: levensgevaarlijke risico’s voor doven en zwaar slechthorenden» op de website van Signaal?1 Herinnert u zich uw eerdere antwoorden van 26 mei 2014 over open standaarden voor KPN Teletolk?2 Herinnert u zich uw brief van 26 juni 2015, met daarin informatie over de voorzieningen voor 112 voor doven en slechthorenden?3

Vraag 2

Hoe verhoudt uw constatering dat «in de bereikbaarheid van 112 via deze voorziening problemen kunnen ontstaan» zich tot de conclusie in het artikel van Signaal «in meer dan de helft van de testsituaties ontvingen zij geen antwoord in tekst terug van de 112-centralisten»?

Vraag 3

Deelt u de constatering dat het volstrekt ontoelaatbaar is dat in een groot aantal van de gesprekken van doven en slechthorenden met 112 de verbinding niet betrouwbaar is? Zo ja, waarom laat een oplossing dan al enige tijd op zich wachten?

Vraag 4

Is inmiddels duidelijk waardoor de problemen veroorzaakt worden in het bereiken van 112 door doven en slechthorenden? Zo nee, wat is de voortgang van het technisch onderzoek?

Vraag 5

Heeft u de aanbevelingen van het Europese REACH112-project volledig overgenomen? Zo nee, waarom niet en verwacht u dit nog in 2015 te gaan doen? Zo ja, waar blijkt dat uit?

Vraag 6

Bent u bereid de technische onderzoeken naar de bereikbaarheid en betrouwbaarheid van 112 voor doven en slechthorenden aan de Kamer te sturen?

Vraag 7

Kunt u toezeggen dat 112 binnen drie maanden betrouwbaar bereikbaar is voor doven en slechthorenden? Zo nee, op welke termijn kunt u wel toezeggen dat doven en slechthorenden betrouwbaar het noodnummer kunnen bellen? Welke adviezen heeft u voor doven en slechthorenden als ze in de tussentijd een hulpdienst moeten bereiken?


X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2063

X Noot
3

Kamerstuk 29 517, nr. 101

Naar boven