Vragen van het lid Verhoeven (D66) aan de Minister van Economische Zaken, de Staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Veiligheid en Justitie over de nieuwe algemene voorwaarden van De Persgroep voor freelance journalisten (ingezonden 2 juni 2015).

Vraag 1

Is het u bekend dat De Persgroep, die na de overname van uitgeverij Wegener de grootste krantenuitgever in Nederland is, per 1 juni 2015 nieuwe algemene voorwaarden hanteert voor de inkoop van journalistiek materiaal gemaakt door zelfstandigen?1

Vraag 2

In hoeverre is eenzijdige wijziging van algemene voorwaarden – in dit geval acht dagen van tevoren aangekondigd aan de opdrachtnemers – toegestaan? Bent u van mening dat uitstel gerechtvaardigd is, in elk geval tot na een dialoog tussen de Persgroep en de (vertegenwoordigers van) makers? Wat is een gebruikelijke ingangstermijn na aankondiging van dergelijke gewijzigde voorwaarden?

Vraag 3

Is het u bekend dat de algemene voorwaarden van De Persgroep bepalingen bevat (artikel 6.4 en 6.5), die het zelfstandige journalisten in bepaalde situaties verbiedt voor concurrenten van De Persgroep te werken? Hoe beoordeelt u dergelijke concurrentiebedingen in contracten met zelfstandigen? Is het aanvaardbaar dat een zelfstandige journalist voor zijn eigen artikel met zijn eigen opdrachtgever moet concurreren wanneer hij het aan derden wilt aanbieden?

Vraag 4

Leiden de ruime exploitatiebevoegdheden voor de uitgever en de beperkte afzetmogelijkheden voor journalisten als gevolg van de nieuwe algemene voorwaarden volgens u tot inkoopmacht voor de uitgever?

Vraag 5

Hoe beoordeelt u de in artikel 7 van de algemene voorwaarden van De Persgroep opgenomen exploitatiebevoegdheid, die De Persgroep het recht geeft tegen éénmalige betaling voor onbepaalde tijd het journalistiek materiaal zelf te gebruiken èn door te verkopen aan derden? Hoe verhouden deze algemene voorwaarden zich tot het recht op een billijke vergoeding voor exploitatie van auteursrechtelijk beschermd materiaal, zoals opgenomen in de onlangs door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel op het auteurscontractenrecht?2

Vraag 6

Deelt u de mening dat de zelfstandige journalist dient mee te delen in de opbrengst van zijn werk als diens opdrachtgever dat hergebruikt en/of aan derden verkoopt?

Vraag 7

Acht u de verhoogde tarieven van vijf procent en 15 procent billijk in het licht van het bredere hergebruik en de groeiende doorverkoop van de auteursrechtelijk beschermde materialen aan derden die in de toekomst zullen plaatsvinden op basis van de algemene voorwaarden? Indien u hier geen oordeel over wilt vellen, wie doet dit dan wel?

Vraag 8

Kan een uitgever via een licentie afdwingen om auteursrechtelijk beschermde materialen te exploiteren, terwijl de maker ervan zijn rechten al heeft overgedragen aan collectieve beheersorganisaties als LIRA of Pictoright? In hoeverre is een meer dan eenmalige rechtenoverdracht mogelijk?

Vraag 9

Hoe beoordeelt u de nieuwe algemene voorwaarden van De Persgroep in het licht van samenhangende trends en ontwikkelingen als de toenemende druk op zowel uitgevers als de groeiende groep freelance-journalisten, het grote belang van democratische controle door kwalitatief hoogwaardige journalistiek alsmede de noodzaak tot het vinden van nieuwe en toekomstbestendige verdienmodellen in de media, waaronder uitgevers en de journalisten?


X Noot
2

Kamerstuknummer: 33 308

Naar boven