Vragen van het lid Bruins Slot (CDA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over de antwoorden op eerdere vragen over omzetplafonds in de zorg (ingezonden
6 mei 2015).
Vraag 1
Herinnert u zich uw antwoorden op eerdere vragen over de gevolgen van omzetplafonds
in de zorg?1
Vraag 2
Kan het voorkomen dat een behandeling nog niet is afgerond terwijl de behandelaar
het omzetplafond heeft bereikt, en dat daarom de patiënt op zoek dient te gaan naar
een andere behandelaar die nog wel volume beschikbaar heeft? Zo nee, kunt u toelichten
hoe dan met deze situaties omgegaan wordt?
Vraag 3
Kan het voorkomen dat een patiënt die een vervolgproduct of -diagnose behandel combinatie
(dbc) bij de vertrouwde behandelaar nodig heeft, deze niet kan krijgen in hetzelfde
jaar omdat het omzetplafond van de betreffende behandelaar inmiddels bereikt is? Zo
nee, kunt u toelichten hoe dan met deze situaties omgegaan wordt?
Vraag 4
Als het antwoord op vraag 2 en/of 3 bevestigend is, kunt u dan aangeven of u het vanuit
patiëntperspectief wenselijk vindt dat een patiënt op zoek dient te gaan naar een
andere behandelaar, gezien het belang van de vertrouwensrelatie met de zorgaanbieder?
Vraag 5
Wat vindt u van het idee om standaard coulant om te gaan met omzetplafonds waarbij
een vervolgproduct of -dbc te allen tijde bij dezelfde behandelaar uitgevoerd kan
worden, zoals dat nu door een aantal kleine zorgverzekeraars gedaan wordt?
Vraag 6
Wat doet de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met meldingen over de gevolgen van krappe
omzetplafonds waardoor duidelijk wordt dat mogelijk geen «realistische volumes» zijn
ingekocht? Hoe vaak heeft de NZa de afgelopen jaren zorgverzekeraars hierop aangesproken?
Vindt u dat de NZa haar taak als toezichthouder goed uitvoert als het gaat om te krappe
omzetplafonds vanuit patiëntperspectief?
Vraag 7
Kijkt de NZa bij het toezicht op de Zorgverzekeringwet (Zvw) alleen naar of er wordt
ingekocht, of ook naar de volumes die worden ingekocht?
Vraag 8
Als het antwoord op vraag 7 bevestigend is, kunt u dan aangeven of de NZa in deel
22 en deel 33 van haar onderzoek naar de vraag of zorgverzekeraars met hun huidige contractering
in het algemeen aan de zorgplicht voor o.a. de sector GGZ voldoen, ook zal ingaan
op de ingekochte volumes en de vraag welke gevolgen dit voor de individuele reistijdanalyses
heeft?
Vraag 9
Als het antwoord op vraag 8 ontkennend is, wat is dan de waarde van de conclusie uit
het eerste deelrapport4 dat «voor bijna 100% van de verzekerden in Nederland de dichtstbijzijnde GGZ-aanbieder
binnen 30 minuten bereikbaar is»?
Vraag 10
Kunt u bevestigen dat, zoals u eerder in uw brief van 2 juni 2014 hebt aangegeven5, bij patiënten met een restitutiepolis geldt dat zij altijd recht hebben op vergoeding
van kosten van zorg bij de behandelaar van eigen keuze, ongeacht of een omzetplafond
bereikt is? Klopt het, met andere woorden, dat voor patiënten met een restitutiepolis
het omzetplafond nooit leidend kan zijn bij de vraag of een (vervolg)behandeling al
dan niet wordt vergoed?
Vraag 11
Klopt het dat in het kader van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst
(WGBO) een zorgaanbieder een behandelovereenkomst aangaat waarbij het uitgangspunt
is dat deze afgerond moet worden, waardoor de zorgaanbieder formeel gezien de behandeling
niet kan stopzetten?
Vraag 12
Wie is er verantwoordelijk voor de gevolgen van een calamiteit (zoals een suïcide)
als de behandeling wordt stopgezet als gevolg van afspraken in het contract tussen
de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar wanneer een omzetplafond is bereikt? Wat als
de tuchtrechter hier een uitspraak over moet doen? Is de zorgaanbieder dan verantwoordelijk,
of de zorgverzekeraar?6
Vraag 13
Kunt u alsnog een antwoord geven op het eerste deel van vraag 12 van de eerder gestelde
vragen van 24 februari 20157, namelijk: «Welke rol heeft een zorgverlener in het kiezen tussen bemiddelen naar
een andere zorgaanbieder of iemand op de wachtlijst laten zetten»?
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1952
X Noot
2NZa, «Zorgcontracten in kaart, deelrapport 2: contractering in relatie tot de zorgplicht
van zorgverzekeraars, voor de sectoren eerstelijns verloskunde, fysiotherapie en logopedie»
(rapportage verwacht eind juni 2015).
X Noot
3NZa, «Zorgcontracten in kaart, deelrapport 3: contractering in relatie tot de zorgplicht
van zorgverzekeraars, voor de curatieve GGZ» (rapportage verwacht oktober 2015).
X Noot
4NZa, «Zorgcontracten in kaart, deelrapport 1: reistijdenanalyse curatieve GGZ, eerstelijns
verloskunde, fysiotherapie en logopedie» (april 2015)
X Noot
6Zie ook uw antwoord op vragen 9 en 10 van de eerder gestelde schriftelijke vragen.
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1952
X Noot
7Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1952