Vragen van de leden Van Nispen (SP), Segers (ChristenUnie) en Berndsen-Jansen (D66)
aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de ontnemingsschikking met Cees H.
en het bericht «Teeven weer in opspraak» (ingezonden 30 oktober 2014).
Vraag 1
Erkent u dat een bewindspersoon nimmer te stellig kan en mag zijn over feiten uit
dossiers indien hij daar zelf nog niet goed genoeg van op de hoogte is?
Vraag 2
Acht u het mogelijk dat er een verschil is tussen de schikking zoals in eerste instantie
voorgesteld en de financiële afwikkeling van de schikking? Kunt u dit toelichten?
Hoe kijkt u in het licht van het antwoord op vraag 1 terug op uw eerdere uitspraken
over het schikkingsbedrag?
Vraag 3
Vindt u dat de Kamer zowel ten tijde van uw ambtsvoorganger als bij het recente debat
anders geïnformeerd had moeten worden over het exacte schikkingsbedrag?
Vraag 4
Kunt u toelichten welke personen dan wel instanties destijds expliciet inzage hebben
gehad en toestemming hebben moeten verlenen voor het vrijgeven en overmaken van het
exacte bedrag, zowel vanuit Luxemburg naar het Openbaar Ministerie (OM) als van het
OM naar Cees H.?
Vraag 5
Kunt u een exact overzicht geven welke bronnen u precies heeft geraadpleegd om te
kunnen verifiëren welk bedrag het OM in het kader van de schikkingsovereenkomst feitelijk
aan Cees H. heeft overgemaakt?
Vraag 6
Kunt u nogmaals helder toelichten waarom in de schikkingsovereenkomst het overeen
te komen schikkingsbedrag geheel niet wordt genoemd en op welk moment de voorzitter
van het College van procureurs-generaal en de toenmalige Minister van Justitie precies
kennis hebben genomen van het exacte bedrag dat aan Cees H. is overgemaakt en onder
welke voorwaarden, waaronder de buitensluiting van de fiscus?
Vraag 7
Kunt u globaal en in het algemeen, los van deze schikking, aangeven of er vaker voor
is gekozen de fiscus niet te informeren en hieromtrent geheimhouding op te leggen?
Zo ja, in welke gevallen en waarom?
Vraag 8
Is het gebruikelijk om bij transacties waarbij geld wordt doorgesluisd vanuit het
buitenland naar Nederland contact op te nemen met de buitenlandse autoriteiten over
de herkomst van het geld? Zo nee, waarom niet en is dit altijd zo geweest? Hoe gaat
dat in zijn werk en wat was de procedure in de tijd dat een schikking werd getroffen
met Cees H.?
Vraag 9
Wie kan er in theorie belang bij hebben dat een dergelijke transactie van miljoenen
euro’s via de rekening van het OM loopt en de fiscus niet wordt ingelicht?
Vraag 10
Erkent u dat het doorsluizen van grote sommen (mogelijk zwart) geld naar Nederland
onder strikte geheimhouding met medewerking van het OM en zonder het inlichten van
de Belastingdienst een verkeerd beeld schept, nog afgezien van het feit of witwassen
destijds volgens de wet strafbaar was of niet? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Heeft de Staatssecretaris, nadat deze zaak op 11 maart 2014 via Nieuwsuur in het nieuws
kwam, (persoonlijk) contact opgenomen met Cees H. of met zijn raadsman? Zo ja, op
welke momenten en met welk doel? Wat is er tijdens dat contact / die contacten met
betrekking tot de schikking besproken?
Vraag 12
Waarom mag de heer Van Brummen niet met de Staatssecretaris praten over betreffende
schikking? Erkent u dat het juist niet past om u op deze manier met de inhoud van
een onderzoek te bemoeien? Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Erkent u dat u in verlegenheid kan worden gebracht nu er geen uitsluitsel is over
het overmaken van ongeveer vijf miljoen gulden, zoals de advocaten van Cees H. beweren,
vooral omdat de mogelijkheid blijft bestaan dat een veroordeelde crimineel op ieder
gewenst moment met dit bewijs naar buiten kan komen? Hoe schat u deze situatie in?
Vraag 14
Bent u bereid, zodra er ontwikkelingen zijn in deze zaak omdat er bijvoorbeeld nog
informatie boven tafel komt, de Kamer hier direct over te informeren?
Vraag 15
Kent u de berichten «Teeven weer in opspraak» en «Dubieus verleden haalt Fred Teeven
in»?1
Vraag 16
Bent u bekend met de bijlage die wordt genoemd als onderdeel van de deal met Cees
H.? Zo ja, sinds wanneer bent u hiermee bekend? Sinds wanneer realiseerde u zich dat
de huidige Staatssecretaris als officier van justitie een prominente en negatieve
rol speelde in eerdere antwoorden op vragen?2
Vraag 17
Hoe beoordeelt u het bericht dat ondanks een verbod van de Minister van Justitie,
een officier van Justitie, middels een bijlage afspreekt om positief te adviseren
bij een gratieverzoek en het schrappen van een reeds door de rechter uitgesproken
straf?
Vraag 18
Bent u bereid dit nader te onderzoeken en de Kamer over de inhoud van de gang van
zaken te informeren en uw beoordeling daarvan te geven? Zo ja, kan de Kamer dit ten
spoedigste van u ontvangen? Zo nee, waarom niet?
X Noot
1Algemeen Dagblad, 27 oktober 2014
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2001–2002, nr. 1017