Vragen van de leden Monasch en Hamer (beiden PvdA) aan de Ministers voor Wonen en Rijksdienst, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken over het bericht dat de grenzen wagenwijd open staan voor buitenlandse bouwers (ingezonden 23 april 2014).

Vraag 1

Kent u het artikel in Cobouw: «Grenzen wagenwijd open voor buitenlandse bouwers»?1

Vraag 2

Kunt u toelichten welke belemmeringen Nederlandse bouwbedrijven kunnen ervaren als zij in andere EU-landen willen gaan opereren, die omgekeerd niet gelden voor buitenlandse bouwbedrijven die in Nederland gaan opereren?

Vraag 3

Klopt het dat Nederlandse bouwbedrijven die in Duitsland opereren aan de volgende eisen moeten voldoen, die omgekeerd niet gelden voor Duitse bedrijven in Nederland:2

ieder project moet vooraf zeer secuur worden aangemeld bij de Duitse autoriteiten vanaf het eerste uur tot en met het laatste uur, waardoor eventuele uitloop van een project meteen tot problemen leidt en eventueel een hoge boete;

medewerkers moeten volledig worden aangemeld inclusief BSN, met gedetailleerde persoonsgegevens waardoor tussentijdse vervanging van medewerkers bijna onmogelijk is;

alle contractgegevens van het werk en de overeenkomsten met het personeel dienen vertaald in het Duits op het werk aanwezig zijn;

vooraf moet gemeld worden hoeveel mensen – met naam, toenaam, geboortedatum – op het werk aanwezig zijn. Personeel toevoegen in het geval het werk niet op tijd af komt is lastig;

niet aangemeld personeel levert direct een boete – tot € 20.000 euro – en stillegging van het werk op. Datzelfde geldt ook als de contractgegevens niet vertaald op orde zijn;

er geldt een verplichte afstorting in het Duitse vakantie fonds van 14,7% van de loonsom;

loonstroken moeten ook in het Duits aanwezig zijn, evenals een bewijs van de laatste loonbetaling;

in het Duits moet worden aangetoond dat personeel is verzekerd en deze informatie moet aanwezig zijn op het werk;

de hoofdaannemer is verantwoordelijk voor alle zaken op het werk, ook die van de opdrachtgever?

Kunt u aangeven hoe deze administratieve eisen zich verhouden tot de eisen die Nederland stelt aan buitenlandse bouwbedrijven en tot het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en werknemers in de EU?

Vraag 4

Kunt u toelichten in welke mate er verschil zit in de snelheid en accuratesse waarmee de Duitse en Nederlandse inspectieorganisaties controle houden op de voorschriften omtrent arbeid op bouwplaatsen? Klopt het dat het eerder regel is dan uitzondering dat de Duitse arbeidsinspectie al op de eerste dag van een bouwproject controleert of er aan alle in vraag 3 opgesomde eisen is voldaan?

Vraag 5

Kunt u aangeven op welke wijze u bereid bent om de positie van MKB bedrijven op de Nederlandse en Europese bouwmarkt te verbeteren? Zou directe uitbetaling aan onderaannemers door de opdrachtgever van een bouwproject daar aan kunnen bijdragen? Graag een toelichting hierop.

Vraag 6

Bent u bekend met het Belgische LIMOSA?3 Zou een vergelijkbaar Nederlands register van (buitenlandse) zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) of (buitenlandse) werknemers die in Nederland een opdracht uitvoeren in uw ogen een begaanbare weg zijn om meer grip te krijgen op de problematiek van belasting- en premieontduiking en -ontwijking, die mede debet is aan de verslechterende concurrentiepositie in Nederland van Nederlandse werknemers en Nederlandse zzp’ers in sectoren als de bouw? Graag een toelichting hierop.

Vraag 7

Hoe staat u tegenover een eventueel experiment met een dergelijk register voor (buitenlandse) werknemers op de bouwplaats? Kunt u dit toelichten?


X Noot
1

Cobouw, 14 april 2014

X Noot
2

Nederlandse Aannemersfederatie

Naar boven