Vragen van het lid Klein (50PLUS) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het opmerkelijke aantal «spookstemmen» uitgebracht bij de gemeenteraadsverkiezingen (ingezonden 27 maart 2014).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van berichten dat verschillen tussen het aantal getelde stembiljetten en het aantal getelde kiezers bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen zó groot zijn geweest, dat dit effect kan hebben op de einduitslag van de verkiezingen?1

Vraag 2

Zijn dergelijke verschillen bij voorgaande verkiezingen «met het potlood» óók geconstateerd? Zo ja, wat is er gedaan om deze verschillen te mitigeren?

Vraag 3

Acht u de bevindingen van de steekproef van het Algemeen Dagblad in de officiële processen verbaal van ruim 50 gemeenten representatief voor de gang van zaken bij de meeste gemeenten? Kunt u uw antwoord motiveren?

Vraag 4

Vindt u dat met een verwijzing naar «mensenwerk» en de «lange werkdag» in het stemlokaal een bevredigende verklaring gegeven wordt voor de geconstateerde verschillen tussen aantallen stembiljetten en kiezers, en de verschillen tussen het aantal stembiljetten en het aantal stempassen en volmachten?

Vraag 5

Deelt u de opvatting van hoogleraar Politicologie Marcel Wissenberg dat de geconstateerde afwijkingen bepalend kunnen zijn voor een restzetel of voorkeursstem en derhalve «echt te hoog» zijn? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Wat betekent dit voor de geldigheid van stemmen? In hoeverre is er aanleiding (geweest) voor hertelling?

Vraag 6

Kan het gebruik van een stem- of telmachine het geconstateerde probleem volledig wegnemen? Kunt u dit toelichten?


X Noot
1

Algemeen Dagblad 26 maart 2014 en website Algemeen Dagblad 26 maart 2014: http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/detail/3622663/2014/03/26/Veel-spookstemmen-voor-gemeenteraad.dhtml

Naar boven