Vragen van de leden Albert de Vries en Groot (beiden PvdA) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Staatssecretaris van Financiën over een gelijk Europees speelveld voor de Nederlandse havens (ingezonden 28 januari 2014).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Concurrentiepositie haven Rotterdam in het geding door winstbelasting»?1

Vraag 2

Heeft u de Europese Commissie verzocht om openbaarmaking van de resultaten van het onderzoek dat op verzoek van het Europees Parlement is verricht naar de concurrentieverhoudingen tussen de havens in de Europese Unie (EU)? Zo nee, wanneer gaat u dit alsnog doen?

Vraag 3

Deelt u de mening dat het onderzoek naar de concurrentieverhoudingen tussen de havens in de EU dient te worden betrokken bij de onderhandelingen over de Europese havenverordening? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Is het waar dat de havens in de ons omringende landen feitelijk nauwelijks winstbelasting betalen en er de facto dus sprake is van een gelijk fiscaal speelveld?

Vraag 5

Heeft u overleg gehad met de Europese Commissie over de uitzonderingspositie voor vennootschapsbelasting van de Nederlandse havens in relatie tot de fiscale positie van de havens in de buurlanden?

Vraag 6

Deelt u de mening dat het niet aanvaardbaar is dat de Nederlandse havens – die in vergelijking met de havens in ons omringende landen door oneigenlijke overheidssteun al op achterstand staan – nog verder op achterstand worden gezet door invoering van vennootschapsbelasting?

Vraag 7

Bent u bereid om van de invoering van vennootschapsbelasting voor de Nederlandse havenbedrijven af te zien dan wel deze tenminste uit te stellen tot het onderzoeksrapport naar de concurrentieverhoudingen tussen de havens in de EU openbaar is gemaakt en er op EU-niveau afspraken zijn gemaakt die ook worden gehandhaafd met betrekking tot overheidssteun aan havens?


X Noot
1

Concurrentiepositie haven Rotterdam in het geding door winstbelasting, Financieel Dagblad, 23-01-2014

Naar boven