Vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Jan Vos (PvdA), Gesthuizen (SP), Agnes Mulder (CDA), Thieme (PvdD), Baay-Timmerman (50PLUS) en Van Ojik (GroenLinks) aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over kinderarbeid bij de katoenproductie in Turkije (ingezonden 12 november 2013).

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van de reportage van het NCRV-programma «Altijd Wat» over kinderarbeid in Turkije in met name de katoenteelt?1

Vraag 2

Wat is er gebeurd op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar kinderarbeid bij vier landbouwgewassen, waaronder katoen, dat mede door de Nederlandse overheid is gefinancierd?2 Zijn er bijvoorbeeld programma’s in de katoensector of andere landbouwsectoren tegen kinderarbeid opgezet? Zo ja, wat houden deze programma’s in?

Vraag 3

Gaat u deze kwestie opnieuw aan de orde stellen bij de Turkse autoriteiten, de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en bij de Europese Commissie om tot een concreet plan van aanpak tegen kinderarbeid in de katoensector te komen? Dringt u hierbij ook aan op actievere bestrijding van andere vormen van kinderarbeid in Turkije?

Vraag 4

Gaat u de brancheorganisaties in de kleding- en textielsector in het kader van hun Plan van Aanpak voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en duurzaamheid vragen deze kwestie, samen met hun leden die in Turkije actief zijn, aan te pakken en daarvoor een specifiek en openbaar actieplan te ontwikkelen?

Vraag 5

Kunt u een overzicht geven van de in Nederland actieve textiel- en kledingbedrijven die katoenen stoffen afnemen uit Turkije? Bent u van mening dat deze bedrijven (waaronder Mexx en H&M) daarover openheid moeten geven en moeten laten zien wat zij doen om kinderarbeid en andere schendingen van mensenrechten in de katoenteelt te voorkomen en zo nodig te bestrijden? Gaat u hen daarop aanspreken?

Vraag 6

Wordt de Turkse katoen- en kledingsector ook meegenomen in de MVO-risicoanalyse die momenteel wordt gemaakt van sectoren waarbij Nederlandse bedrijven zijn betrokken, onder meer in de katoen-, textiel- en kledingsector? Bent u van plan openheid te geven over de uitkomsten van deze MVO-risicoanalyse? Zo ja, wanneer?

Vraag 7

Hoe betrouwbaar acht u de recente cijfers van de ILO over de sterk gedaalde kinderarbeid wereldwijd (van 215 miljoen naar 168 miljoen), wanneer zelfs de cijfers over kinderarbeid in een relatief ontwikkeld land als Turkije sterk uiteenlopen van bijna 1 miljoen kinderen volgens de ILO (2006) tot 5 miljoen (Turkse arbeidseconoom in reportage «Altijd Wat»)?

Vraag 8

Kunt over een overzicht geven waar en op welke wijze kinderarbeid tijdens handelsmissies en andere bezoeken aan derde landen door u aan de orde is gesteld en wat daarvan het voorlopige resultaat was?

Vraag 9

Kunt u ons informeren over de resultaten van uw deelname aan de III Global Conference Against Child Labour in Brazilië?


X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 1041

Naar boven