Vragen van het lid Dik-Faber (ChristenUnie) aan de minister van Infrastructuur en
Milieu over de argumenten voor het afwijzen van het bewonersalternatief Portway 2012
voor de A13/A16 (ingezonden 12 juni 2013).
Vraag 1
Herinnert u zich de aangehouden motie-Dik-Faber/Van Veldhoven over Portway 2012?1
Vraag 2
Is u bekend dat Portway 2012 voorziet in aparte schermen voor de hoofdbaan en aparte
(lagere) schermen voor de parallelbaan, waarmee aan de geluidseisen wordt voldaan?
Vraag 3
Klopt het dat u zelf van plan bent langs de A20 tussen Kleinpolderplein en afslag
Crooswijk geluidsschermen van 5 tot 6 meter hoog te bouwen ter verbetering van de
leefbaarheid?2
Vraag 4
Deelt u de mening dat de geluidsschermhoogte op de hoofdbaan bij Portway 2012 niet
substantieel onderscheidend is ten opzichte van uw eigen plan, daar zowel schermen,
positie als intensiteiten vergelijkbaar zijn, en dit dus geen geldig argument is om
Portway 2012 op dit punt af te wijzen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Deelt u de bevindingen van de Commissie voor de milieueffectrapportage dat «de leefomgeving
langs de bestaande snelwegen A13 en A20 nauwelijks verbetert» met de A13/16?3 Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Deelt u de bevindingen uit het «Rapport Doorrekening Portway» dat de verkeersintensiteit
op de A13 Overschie en op de A20 tussen Kleinpolderplein en Schieplein beduidend lager
is dan bij de A13/16, zodat de leefbaarheid sterker verbetert? Zo nee, waarom niet?4
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat Portway 2012 bij de A20 volledig afwijkend is van de voorgaande
Portway versies – door het bestaande A20-viaduct en kunstwerken te gebruiken ter vermijding
van majeure inpassingen – zodat eerdere kostencalculaties niet valide zijn bij de
kostentoets van Portway 2012?
Vraag 8
Op welke kostencalculatie is uw uitspraak in het notaoverleg MIRT d.d. 8 april 2013
gebaseerd dat Portway 2012 niet binnen het beschikbare budget past? Welke bedragen
op hoofdlijnen heeft u hiervoor aangehouden? Bent u bereid deze calculatie openbaar
te maken?
Vraag 9
Herinnert u zich uw uitspraak in dit notaoverleg dat Portway 2012 minder robuust zou
zijn dan de A13/16, omdat in het laatste geval de A20 en A13/16 bij calamiteiten elkaars
uitwijkroute zijn?
Vraag 10
Kent u de bevinding uit het rapport Nationale Markt en Capaciteit Analyse 2011 (NMCA
2011) dat bij de aanleg van de A13/16 zowel de A13/16 als de A20 kwetsbaar (niet robuust)
blijven en de reistijdnormen niet gehaald worden? Deelt u de bevindingen uit het «Rapport
Doorrekening Portway» dat de reservecapaciteit bij Portway 2012 op de A20 beduidend
groter is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Bent u bekend met de bevinding van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM)
dat wegverbredingen en nieuwe verbindingen niet per definitie leiden tot een betere
robuustheid? En dat een nieuwe situatie om specifiek onderzoek vraagt?5
Vraag 12
Wat is in dat verband voor Portway 2012 en de A13/16 de kwantitatieve kwetsbaarheid
en robuustheid volgens respectievelijk het TNO-systeem (NMCA 2011) en het KiM-instrument
als daarbij de reservecapaciteit en het onderliggend wegennet wordt betrokken conform
de Richtlijnen uit NMCA 2011?6
Vraag 13
Klopt het dat de variant van de A13/A16 volgens de bestuurlijke principeafspraken
van december 2011 aangepast is ten opzichte van de varianten uit de trajectnota/milieueffectrapportage
van 2009?
Vraag 14
Op welke wijze heeft u gevolg gegeven aan de in de Code maatschappelijke participatie
geadviseerde dialoog met initiatiefnemers? Heeft u zelf voorstellen gedaan tot aanpassing
van het plan van de initiatiefnemers van Portway om het initiatief kansrijker te maken?
Vraag 15
Deelt u de mening dat een burgerinitiatief geen gelijke behandeling krijgt als aanpassingen
van de initiatiefnemers om het plan kansrijker te maken en tegemoet te komen aan eerdere
kritiek van uw ministerie, reden zijn om dit initiatief uit te sluiten terwijl u uw
eigen plannen wel hebt aangepast? Zo nee, waarom niet?
X Noot
3Toetsingsadvies van de Commissie voor de MER d.d. 23 november 2009 (rapport 1669–155)
X Noot
6NMCA 2011, bijlage 2 weganalyse: Richtlijn 1: Twee belangrijke indicatoren voor robuustheid
te onderkennen: a. reservecapaciteit op de route waar een calamiteit zich kan voordoen
en b. reservecapaciteit op de alternatieve uitwijkroutes (zie pg 29); Richtlijn 2:
Het totale wegennet – HWN en OWN – in samenhang (incl. reservecapaciteit) te beschouwen
(zie pg 37)