Vragen van het lid Van Gerven (SP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over het bericht dat een opgestapt lid van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen
(CBG) forse kritiek uit op «de perversies van het systeem» (ingezonden 24 april 2013).
Vraag 1
Hoe reageert u op het bericht dat een opgestapt lid van het CBG forse kritiek uit
op het functioneren van het CBG? Wat vindt u van zijn kritiek?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat het CBG volledig onafhankelijk van de farmaceutische industrie
zijn werk moet doen? Is dat naar uw oordeel op dit moment het geval? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Vraag 3
Waarom is het ambtenaren van het secretariaat van het CBG bij wet verboden om financiële
of andere belangen in de farmaceutische industrie te hebben, en leden van het CBG
niet?2 Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 4
Hoe oordeelt u over het feit dat verschillende leden, zoals bijvoorbeeld professor
Hoes, professor Hazes en professor Schellens van het CBG werkzaamheden hebben verricht
of op dit moment verrichten voor de farmaceutische industrie tijdens hun lidmaatschap
van het CBG? Bent u van mening dat deze leden geheel onbevooroordeeld medicijnen kunnen
beoordelen? Deelt u de mening dat dit afbreuk doet aan hun onafhankelijkheid? Kunt
u uw antwoord toelichten?3
Vraag 5
Deelt u de mening dat het niet toegestaan zou moeten zijn dat leden van het CBG banden
hebben met de farmaceutische industrie? Bent u bereid de Geneesmiddelenwet hierop
aan te passen? Zo ja, wanneer kan een voorstel tegemoet worden gezien? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 6
Vindt er directe of indirecte beïnvloeding van leden van het CBG plaats door farmaceutische
bedrijven? Zo ja, waar bestaat die beïnvloeding dan uit, hoe vaak komt het voor en
welk effect heeft deze beïnvloeding? Zo nee, hoe oordeelt u dan over het feit dat
het opgestapte lid van het CBG telefonisch is benaderd over zaken die vertrouwelijk
waren? Deelt u de mening dat het de farmaceutische industrie verboden zou moeten worden
de leden van het CBG op enigerlei wijze te benaderen, met het doel hen te beïnvloeden?
Kunt u uw antwoord toelichten?4
Vraag 7
Bent u bereid dit incident tot op de bodem uit te zoeken? Zo neen, waarom niet?
Vraag 8
Hoe oordeelt u over het feit dat vele leden al vanaf de jaren tachtig of negentig
zitting hebben in het CBG? Vindt u dergelijke termijnen wenselijk? Zo ja, waarom?
Zo neen, waarom niet?5
Vraag 9
Deelt u de mening dat de stukken die farmaceutische bedrijven bij het CBG aanleveren
openbaar zouden moeten zijn? Deelt u voorts de mening dat transparantie daarbij zwaarder
weegt dan het beschermen van de belangen van de farmaceutische industrie? Bent u bereid
de Geneesmiddelenwet zodanig aan te passen dat deze stukken openbaar worden gemaakt?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kan een voorstel tegemoet worden gezien?
Vraag 10
Hoe reageert u op de constatering van het opgestapte lid van het CBG dat de farmaceutische
industrie op dit moment hoofdzakelijk zogenaamde me-too middelen (geneesmiddelen met
een vergelijkbaar werkingsgebied als dat van een bestaand, succesvol geneesmiddel)
op de markt brengt? Vindt u dit een wenselijke ontwikkeling? Zo ja waarom? Zo neen,
waarom niet?
Vraag 11
Bent u van mening dat postmarketing onderzoek van groot belang is om de veiligheid
van medicijnen te garanderen? Deelt u de mening dat een medicijn in eerste instantie
slechts voor vijf jaar geregistreerd zou moeten worden, om het medicijn pas na herbeoordeling
door het CBG weer voor registratie in aanmerking te laten komen? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, wat gaat u doen om dat te bewerkstelligen?
Vraag 12
Wat is uw oordeel over de opmerking van professor Schellekens dat het voor nieuwe
bedrijven steeds moeilijker wordt om geneesmiddelen te ontwikkelen en op de markt
te brengen? Onderschrijft u dit? Zo ja, acht u een dergelijke ontwikkeling niet onwenselijk
vanwege een mogelijke rem op innovatie?
Vraag 13
Wat is uw oordeel over het feit dat het CBG in samenwerking met de industrie zijn
werkwijze onderzoekt? Deelt u de mening dat naast dit onderzoek een onafhankelijk
onderzoek naar het functioneren van het CBG dient te worden uitgevoerd? Bent u bereid
een diepgaand onafhankelijk onderzoek in te stellen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer
kan een onderzoeksvoorstel tegemoet worden gezien?