Vragen van het lid Timmermans (PvdA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het VN-mensenrechtenexamen (Universal Periodic Review (UPR)) (ingezonden 3 oktober 2012).

Vraag 1

Bent u bekend met de openbare brief van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) en the International Commission of Jurists (ICJ) van 21 september jl. gericht aan de president van de VN-mensenrechtenraad over het VN-mensenrechtenexamen?1

Vraag 2

Wat is de verklaring voor het feit dat bij de consultatie ten behoeve van het mensenrechtenexamen Nederland niet gekozen heeft om het maatschappelijk middenveld (o.a. ngo’s) tijdig te betrekken bij de inhoud van de te leveren informatie voor de UPR?

Vraag 3

Deelt u de mening dat juist de consultatie van het maatschappelijk middenveld bij de totstandkoming en de implementatie van de aanbevelingen in de UPR kan bijdragen aan het op correcte wijze in kaart brengen van het Nederlandse mensenrechtenbeleid? Indien nee, waarom niet?

Vraag 4

Bent u bereid bij toekomstige UPR’s het maatschappelijk middenveld tijdig en zo breed mogelijk te betrekken, zoals vermeld staat in VN Resolutie 5/1 van de Mensenrechtenraad?2

Vraag 5

Bent u bereid de Kamer per brief te informeren over de stand van zaken van het Human Rights Action Plan, waarover de permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de VN in zijn slotverklaring over de UPR stelt dat het «in the pipeline is», met daarin een uitgewerkt tijdpad en een overzicht van de betrokken ministeries? Indien nee, waarom niet?3

Vraag 6

Wat is de verklaring voor het feit dat Nederland mensenrechteneducatie niet formeel wil toevoegen aan het curriculum (aanbeveling 98.33) ondanks dat onder andere het Comité voor de Rechten van het Kind dit aanbeveelt?4

Vraag 7

Wat zijn de exacte obstakels waarom Nederland niet overgaat tot een volledige ratificatie van het Optionele Protocol bij het Internationale Verdrag omtrent economische, sociale en culturele rechten (OP-IVESCR; aanbeveling 98.15)?

Vraag 8

Kunt u toelichten waarom Nederland aanbeveling 98.51, waarin gepleit wordt voor een nationaal actieplan om discriminatie tegen te gaan, niet overneemt?

Vraag 9

Deelt u de mening dat de UPR publicitaire aandacht verdient? Indien ja, bent u bereid om in de toekomst meer publicitaire aandacht te geven aan de UPR? Indien nee, waarom niet?


X Noot
2

The documents on which the review would be based are: Information prepared by the State concerned, which can take the form of a national report, on the basis of general guidelines to be adopted by the Council at its sixth session (first session of the second cycle), and any other information considered relevant by the State concerned, which could be presented either orally or in writing, provided that the written presentation summarizing the information will not exceed 20 pages, to guarantee equal treatment to all States and not to overburden the mechanism. States are encouraged to prepare the information through a broad consultation process at the national level with all relevant stakeholders;

X Noot
4

Report of the Working Group on the UPR- the Netherlands- 9 July 2012

Naar boven