Vragen van de leden Van Dam en Timmermans (beiden PvdA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het feit dat bezwaarschriften voor aanvragen van visa voor Nederland in veel gevallen in een andere taal dan het Nederlands dienen te worden geformuleerd (ingezonden 28 juni 2012).

Vraag 1

Is het waar dat Schengenlanden de dienstverlening van ambassades onderling verdelen waardoor een visum voor Nederland soms bij een ambassade van een ander land moet worden aangevraagd?1

Vraag 2

Is het waar dat dan ook in die gevallen bezwaar tegen een eventuele afwijzing van de visumaanvraag bij het afhandelende land moet worden ingediend en niet bij Nederland?

Vraag 3

Bent u er tevens mee bekend dat deze landen mogen eisen dat dit bezwaar in de taal van dat land dient te worden opgesteld? Wist u dat een bezwaarschrift in voorkomende gevallen alleen al wordt afgewezen als het niet in de taal van het afhandelende Schengenland (bijvoorbeeld Frankrijk) is opgesteld?

Vraag 4

Realiseert u zich dat dit inhoudt dat Nederlandse staatsburgers die namens een ander bezwaar aantekenen tegen het weigeren van een visum voor Nederland, dit soms in een vreemde taal moeten doen (bijvoorbeeld in het Frans)?

Vraag 5

Vindt u het terecht dat een Nederlands staatsburger die namens een bezoekend familielid een visum voor Nederland aanvraagt, gedwongen wordt een eventueel bezwaarschrift in een andere taal op te stellen? Of deelt u de mening dat niet van Nederlandse staatsburgers kan worden verwacht dat zij de taal van alle Schengenlanden beheersen om de procedure voor het aanvragen van een visum voor een familielid om Nederland te bezoeken volledig af te kunnen ronden?


X Noot
1

Bijlage onderhands meegestuurd.

Naar boven