Vragen van het lid Van Dam (PvdA) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de persvrijheid op Curaçao (ingezonden 10 mei 2012).

Vraag 1

Kent u het bericht «Wiels valt uitgever van krant aan»?1

Vraag 2

Wat is uw beoordeling van de uitspraken van de heer Wiels, partijleider van regeringspartij Pueblo Soberano, dat de hoofdredacteur van het Antilliaans Dagblad «opgepakt» en «in de boeien geslagen» moet worden vanwege eerdere berichtgeving van die krant over een vertrouwensbreuk tussen de minister van Justitie en de procureur-generaal? Hoe verhouden deze uitspraken van een zittende politicus over berichtgeving die zijn regering onwelgevallig is zich volgens u tot de persvrijheid? Deelt u de mening dat dergelijke uitspraken de persvrijheid op Curaçao kunnen ondermijnen?

Vraag 3

Deelt u de mening dat deze uitspraken wederom getuigen van vergaande intimidatie van de pers door de regering op Curaçao? Hoe beoordeelt u deze uitspraken in het licht van de eerdere incidenten waarbij de regeringscoalitie op Curaçao media heeft getracht te intimideren vanwege onwelgevallige berichtgeving over haar handelswijze en praktijken? In hoeverre maakt u zich in het licht van deze ontwikkelingen zorgen over de persvrijheid op Curaçao?

Vraag 4

Deelt u de mening dat persvrijheid en een kritische pers van essentieel belang zijn voor het functioneren van een democratische rechtsstaat? Deelt u de mening dat binnen een democratische rechtsstaat de vrijheid gegarandeerd moet zijn voor media om kritisch te berichten over de praktijken van de politiek en de zittende machthebbers? In hoeverre kan er op Curaçao nog gesproken worden van een vrije en onafhankelijke pers als de media op deze wijze gehinderd en geïntimideerd blijven worden door de regering? Wat kan dit betekenen voor de rechtsstaat op Curaçao?

Vraag 5

Welke verantwoordelijkheid heeft de rijksministerraad volgens u met betrekking tot de bescherming van de persvrijheid binnen het Koninkrijk in het licht van wat is opgenomen in artikel 43 van het Statuut, namelijk dat «het waarborgen van fundamentele menselijke rechten, vrijheden, rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur aangelegenheid van het Koninkrijk is? Bent u bereid om de regering van Curaçao er in dit kader op te wijzen dat persvrijheid van essentieel belang is binnen een democratische rechtsstaat en dat intimidatie van de media en beperking van de persvrijheid daarom onacceptabel is binnen het Koninkrijk? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Welke consequenties verbindt de rijksministerraad eraan als de regering van Curaçao haar koers in deze niet wijzigt en geen gevolg geeft aan deze waarschuwing? Welke stappen overweegt de rijksministerraad als er sprake is van een zich voortzettende trend richting beperking van de persvrijheid op Curaçao?


X Noot
1

Antilliaans Dagblad, 9 mei 2012.

Naar boven