Vragen van het lid Kooiman (SP) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het zwarte gat na een melding van kindermishandeling (ingezonden 2 mei
2012).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de enquête en het bericht «Het zwarte gat na een melding»?1 en het bericht «Alerter op Kindermishandeling»2 die beide wijzen op het feit dat er nog veel te verbeteren valt in de aanpak van
kindermishandeling?
Vraag 2
Deelt u de mening dat het gebrek aan terugkoppeling contraproductief is voor de meldingsbereidheid
van professionals die kindermishandeling signaleren? Wat gaat u doen om dit te verbeteren?
Hoe gaat u daarnaast ervoor zorgen dat de terugkoppeling aan melders door het Advies-
en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) verbetert?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het zeer zorgelijk is dat ruim 43% van de hulpverleners ontevreden
is over de snelheid waarmee onderzoek en hulp tot stand komt na een melding van kindermishandeling?
Is het waar dat het formeel maar 27 weken mag duren voordat een casus bij het AMK
is onderzocht en vrijwillige hulpverlening is opgestart en dat het maar liefst 40
weken mag duren als er na het AMK-onderzoek ook een onderzoek van de Raad voor de
Kinderbescherming is opgestart? Zo ja, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat deze
doorlooptijden ook worden gehaald?
Vraag 4
Deelt u de mening dat het zorgelijk is dat hulpverleners weinig zicht hebben op de
hulp die een kind krijgt? Zo ja, wat gaat u eraan doen om dit te verbeteren?
Vraag 5
Kunt u een cijfermatig overzicht geven van de hulpsoorten die zijn opgestart voor
de ouders van de ruim twintigduizend kinderen waarbij het AMK in 2010/2011 kindermishandeling
vaststelde? Zo nee, waarom niet en bent u anders bereid dit te onderzoeken? In hoeverre
komt dit volgens u overeen met de zorg voor mishandelde kinderen en hun ouders zoals
de Gezondheidsraad deze in haar rapport van 2011 heeft geadviseerd?
Vraag 6
Deelt u de mening dat het zorgelijk is dat, ondanks de al door het ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingezette publieksvoorlichting, 60% van de professionals
geen idee heeft welke gevolgen de verplichte meldcode Kindermishandeling zal hebben
voor hun werk? Hoe gaat u ervoor zorgen dat dit verbetert, gezien het feit dat de
wet slechts een sluitstuk moet zijn van de praktijk?
Vraag 7
Hoe gaat u ervoor zorgen dat in het onderwijs vermoedens van kindermishandeling beter
worden vastgelegd, aangezien 49% aangeeft nooit of soms een vermoeden schriftelijk
vast te leggen?
Vraag 8
Klopt het dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) al is begonnen met het uitvoeren
van toezicht op de implementatie van de wet Meldcode Kindermishandeling? Wanneer start
de Onderwijsinspectie met de uitvoering van toezicht op de implementatie van de wet
Meldcode Kindermishandeling? Op welke manier wordt het toezicht van de Inspectie voor
de Gezondheidszorg en de Onderwijsinspectie op de invoering van de wet Meldcode Kindermishandeling
vormgegeven?
Vraag 9
Hoe gaat u ervoor zorgen dat professionals voldoende geschoold worden in vaardigheden
waarvan zij zelf aangeven er behoefte aan te hebben: praten met kinderen (63%), praten
met ouders (65%) en het inschatten van veiligheidsrisico’s voor een kind (64%)? Bent
u bereid uw eerdere schatting dat twee uur scholing voldoende moet zijn ten behoeve
van de wet Meldcode Kindermishandeling te herzien, gezien het bereik van nascholing
tot nu toe? Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 10
Deelt u de mening dat met het steunen van twee pilots (de multidisciplinaire centra
in Haarlem en Leeuwarden) en onderzoek van ZonMw, het advies van de Gezondheidsraad
onvoldoende wordt opgevolgd, gezien de huidige landelijke stand van zaken wat betreft
de multidisciplinaire aanpak3? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de wens van veel professionals ten aanzien van verbeterde
hulp voor kinderen en het advies van de Gezondheidsraad landelijk geïmplementeerd
worden: een multidisciplinaire aanpak en behandeling voor elk mishandeld kind?
Vraag 11
Bent u bereid het advies van de Gezondheidsraad om te laten zetten naar een richtlijn?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Waarom wilt u nog onderzoeken of een multidisciplinaire aanpak «brede inzet verdient»
, zoals u in antwoord op eerdere vragen aangeeft, als de Gezondheidsraad al stelt
dat een multidisciplinaire aanpak sowieso noodzakelijk is?4
Vraag 13
Waarom geeft u in diezelfde antwoorden op eerdere vragen aan dat u de aandacht voor
kindermishandeling in beroepsopleidingen opnieuw wil inventariseren en dan waar nodig
mondeling wil stimuleren, als dit mondeling stimuleren ook al door voormalig minister
Rouvoet is gedaan en tot op heden een weinig effectieve en daadkrachtige maatregel
is gebleken? Hoe gaat u ervoor zorgen dat er weinig tijd verloren gaat en er afspraken
worden gemaakt met de beroepsopleidingen hoe zij het signaleren en bespreek maar maken
van kindermishandeling ook onderdeel maken van de opleiding?
X Noot
1«Het Zwarte gat na een melding», Tijdschrift Kindermishandeling. TKM Online, Marie-José
Linders, april 2012.
X Noot
2«Alerter op Kindermisbruik», Spits, 27 april 2012.
X Noot
3«Multidisciplinaire aanpak Kindermishandeling: Hoe staat Nederland er voor?» Tijdschrift
Kindermishandeling. TKM Online, Marjon Donkers, april 2012.
X Noot
4Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2139.