Vragen van de leden Heijnen en Hamer (beiden PvdA) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de effecten van Social-Return beleid (ingezonden 29 februari 2012).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Meer banen door social return in Rotterdam»?1 Herinnert u zich de vragen van 16 februari jl. over het stimuleren van de arbeidspositie van mensen in de WSW en Wajong?2

Vraag 2

Bent u bereid om, net als in Rotterdam, de effecten van het social return beleid langjarig te (laten) volgen door een onafhankelijke instantie? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3

Ziet u meerwaarde in het combineren en vergelijken van de ervaringen bij het Rijk met andere overheden? Zo ja, hoe wilt u dit organiseren?

Vraag 4

Deelt u de mening van de TNO-onderzoeker dat, in plaats van het klakkeloos hanteren van een 5%-norm, maatwerk nodig is om social return te laten slagen? Op welke wijze past het rijk maatwerk toe?

Vraag 5

Ziet u mogelijkheden om de methode van de gemeente Rotterdam te volgen, waarin per opdracht bepaald wordt welk percentage inzet van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt verplicht is, en de inzet van een hoger percentage in de selectie beloond wordt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wilt u dit toepassen?


X Noot
1

Gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur op 23 februari 2012.

X Noot
2

2012Z02958.

Naar boven