Vragen van het lid Van der Veen (PvdA) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over overstappen en concurrentie tussen zorgverzekeraars (ingezonden 26 januari
2012).
Vraag 1
Kunt u aangeven hoe de groep van 900 000 overstappende verzekerden per 1 januari 2012
is opgebouwd? Stappen deze verzekerden enkel over van basisverzekering, van aanvullende
verzekering, of allebei?
Vraag 2
Hoeveel mensen stappen over van verzekering binnen één verzekeringsconcern, door over
te stappen van het ene label naar het andere label, en hoeveel tussen twee verzekeringsconcerns?
Vraag 3
Hoeveel overstappers maken deel uit van een collectief contract dat per 1 januari
2012 overgesloten is van de ene naar de andere zorgverzekeraar, al dan niet binnen
hetzelfde concern? Worden verzekerden die overstappen omdat hun collectieve verzekering
vervalt ook meegeteld?
Vraag 4
Als sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006 ongeveer 95% van de
verzekerden elk jaar gewoon bij hun zorgverzekeraar blijft, ook de voorlopige cijfers
van 2012 herbevestigen dit met 94,5%, wat zegt dit dan over de concurrentie op de
zorgverzekeringsmarkt?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het dat de verzekeraars hun nominale premie jaarlijks tientallen
euro’s boven de geraamde premie door VWS vaststellen en het prijsverschil tussen de
vier grootste verzekeraars in 2012 slechts 1,75 euro bedraagt, terwijl in 2006 dit
verschil in 2006 nog 4 keer zo groot was? Wat zegt dit over de concurrentie tussen
verzekeraars en de coördinatiemogelijkheid van prijzen?
Vraag 6
Wat zegt het dat zorgverzekeraars Agis, Achmea, VGZ en Univé allemaal op dezelfde
dag dezelfde premie van 108,25 euro bekend maakten? Lijkt hier sprake te zijn van
onderlinge coördinatie van prijzen?
Vraag 7
Bent u het eens met de uitspraak «het is lastig op te treden tegen dit soort zaken.
Wij kunnen dit alleen als we bewijs hebben, bijvoorbeeld via verhoren. Verzekeraars
weten heel goed dat zij van de wet geen prijsafspraken mogen maken. Maar ze zijn heel
handig om het zo te doen dat wij er niet achter komen. Al deze dingen gebeuren vaak
in het geniep. Ze zijn slim en innovatief» van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
(NMa) in het Parool van december 2011, in reactie op berichtgeving dat er prijsafspraken
tussen verzekeraars zouden zijn? Bent u het met de NMa eens dat zorgverzekeraars heel
handig zijn om zulke wijze prijsafspraken te maken dat het toezicht op de zorgverzekeraarmarkt
hier niet achter komt?
Vraag 8
Klopt het dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) Marktscan Zorgverzekeringsmarkt
van juli 2011 laat zien dat er provincies zijn waar de Herfindahl-Hirsschman Index
(HHI) boven de 4000 punten uitkomt, zoals Friesland en Zeeland? Klopt het dat de fusie
tussen de zorgverzekeraars Achmea en De Friesland hier nog niet eens in is verwerkt?
Klopt het dat de vuistregel is dat concentratie een goede werking van de markt belemmert,
indien de HHI hoger is dan 1800 punten, omdat dit wijst op een sterk geconcentreerde
markt? Als er in alle provincies sprake is van een HHI hoger dan 1 800, punten en
landelijk gezien van 2105 punten, is er in bepaalde provincies dan sprake van economische
machtsposities van zorgverzekeraars? Is het u bekend of deze macht wordt gebruikt
in onderhandelingen met zorgaanbieders?
Vraag 9
Waarom worden in de NZa Marktscan Medisch specialistische zorg van december 2011 de
marktaandelen per regio Noord, Zuid, West en Oost gepresenteerd, en bijvoorbeeld niet
per provincie? Waarom wordt Agis als aparte inkoopcombinatie gezien, terwijl Agis
onderdeel is van Achmea? Hoe verandert dit het gepresenteerde beeld? Wat zeggen de
kleine relatieve verschillen in marktaandelen over de jaren 2007–2011 die de NZa rapporteert
over de concurrentie tussen zorgverzekeraars?
Vraag 10
Hoe komt het dat het Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie van de NMa haar
leden niet mag adviseren contracten met verzekeraars uit te stellen, terwijl Zorgverzekeraars
Nederland (ZN) haar leden wel mag oproepen tot het hanteren van een nulgrens voor
2012, en gezamenlijke afspraken maakt over de bevoorschotting van ziekenhuizen, die
zo vertraagd worden dat ze als dwangmiddel kunnen worden gebruikt tijdens de zorginkoop?
Vraag 11
Waarom mogen zorgaanbieders zich niet verenigen om collectief prijsafspraken met verzekeraars
te kunnen maken, terwijl 6 zorgverzekeraars wel collectief onder de Multizorg VRZ
inkoopcombinatie mogen inkopen bij zorgaanbieders? Op deze wijze maken zorgverzekeraars
DSW, ASR, Eno, Zorg & Zekerheid en ONVZ toch dezelfde prijsafspraken en vermindert
de concurrentie tussen deze zorgverzekeraars?
Vraag 12
Als zorgverzekeraar Achmea een aandeel van 77% in de vergelijkingssite Independer
neemt, mag deze site zich dan blijven aanprijzen als onafhankelijk en objectief? Wat
kunnen de gevolgen voor de concurrentie zijn, als de grootste Nederlandse zorgverzekeraar
een organisatie overneemt die de consumenten vertrouwen onafhankelijk en objectief
inzicht in de zorgmarkt aan te bieden?