Vragen van de leden Van Gerven en Leijten (beiden SP) aan de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de vergoeding van hulpmiddelen voor uitwendige elektrostimulatie
ter behandeling van chronische pijn (ingezonden 24 januari 2012).
Vraag 1
Deelt u de mening dat chronische pijn een ernstige aandoening is die in ieder geval
niet als «lage ziektelast» kan worden aangemerkt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
Deelt u de mening dat verlaging van de ziektelast bij chronische pijn uw aandacht
verdient, gelet op de hoge prevalentie van rond de 20%, de aantasting van de kwaliteit
van leven, het functioneren en de arbeidsproductiviteit? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
op welke wijze onderneemt u actie om dit veelvoorkomende gezondheidsprobleem terug
te dringen?
Vraag 3
Hoeveel patiënten in Nederland met chronische pijnklachten worden behandeld met Transcutaneous
electrical nerve stimulation (TENS)? Voor hoeveel van deze patiënten is TENS, of een
vergelijkbare therapie, de enige behandeling die nog verlichting brengt? Indien u
niet over deze gegevens beschikt, bent u dan bereid dit te onderzoeken, alvorens te
beslissen over het pakketadvies van het College voor zorgverzekeringen (CVZ)? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 4
Bent u ervan op de hoogte dat het CVZ voornemens is te adviseren om uitwendige elektronische
stimulatie ter behandeling van chronische pijn niet langer te vergoeden? Bent u van
plan dit advies over te nemen?1
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de volgende passage uit het in opdracht van het CVZ uitgevoerde literatuuronderzoek
naar de effectiviteit van uitwendige elektrostimulatie bij chronische pijn: «Het CVZ
staat, als pakketbeheerder, voor de principiële keuze of het bereid is positief te
adviseren over de vergoeding van een behandeling die in de praktijk aanzienlijke pijnverlichting
kan bewerkstelligen, maar waarvan in onderzoek het effect voor een mogelijk belangrijk
deel aspecifiek lijkt te zijn.»?2
Vraag 6
Waarom geeft in de afweging van het CVZ de stand van de literatuur in dit geval de
doorslag, en niet de stand van de praktijk, anders dan de bezuinigingsagenda van dit
kabinet? Wilt u uw antwoord toelichten?
Vraag 7
Wat is uw oordeel over de opvatting van de onderzoekers dat vermindering van de ziektelast
ten gevolge van chronische pijn een valide argument is om positief te adviseren over
vergoeding van uitwendige elektrotherapie? Wilt u uw antwoord toelichten?
Vraag 8
Wat is uw oordeel over een gehanteerd argument vóór verwijdering uit het pakket, namelijk
dat het de deur open zou zetten naar «vergoeding van allerlei interventies waarvan
het effect vermoedelijk langs aspecifieke weg tot stand komt»? Kunt u concrete voorbeelden
noemen van behandelingen waarop dit argument van toepassing zou zijn?2
Vraag 9
Wat is uw oordeel over een ander genoemd argument vóór verwijdering uit het pakket,
namelijk dat er steeds meer gezocht zal worden naar andere, meer effectieve interventies
om de mechanismen waarlangs patiënten zelf controle kunnen uitoefenen over hun pijnsensatie,
te activeren? Deelt u de mening dat het verstandig is eerst de ontwikkeling van die
alternatieven af te wachten alvorens de huidige hulpmiddelen en behandelingen uit
het pakket te verwijderen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bekend met de in de medische wetenschap gebezigde uitspraak «absence of evidence
is not evidence for absence»? Hoe beoordeelt u in dit licht de opvatting van de onderzoekers
dat, ondanks het gebrek aan eenduidigheid in de literatuur, patiënten in de praktijk
wel degelijk baat kunnen hebben bij TENS en vergelijkbare behandelingen?3
Vraag 11
Deelt u de mening dat het gebrek aan eenduidigheid in de literatuur over de werkzaamheid
van uitwendige elektrostimulatie voor een belangrijk deel kan worden verklaard door
de complexiteit van chronische pijnklachten en de veelheid aan verschijningsvormen
en oorzaken? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Indien u de redenering van het CVZ overneemt, is dan niet de consequentie dat veel
behandelingen voor complexe aandoeningen met een veelheid aan oorzaken zullen verdwijnen
uit het basispakket vanwege gebrek aan eenduidigheid in de literatuur, terwijl de
stand van de praktijk aantoont dat patiënten er baat bij hebben? Wilt u uw antwoord
toelichten
?
Vraag 13
Deelt u de mening dat, indien de behandelende arts van oordeel is dat de patiënt is
aangewezen op TENS of een vergelijkbare behandeling, deze behandeling vergoed dient
te worden? Zo nee, waarom niet?
X Noot
1 concept rapport CVZ, Hulpmiddelen voor uitwendige elektrostimulatie ter behandeling
van chronische pijn.
X Noot
2 UMC St. Radboud, Effectiviteit van uitwendige elektrostimulatie ter behandeling van
chronische pijn.
X Noot
3 Afwezigheid van bewijs is niet per definitie bewijs voor de niet-werkzaamheid van
een behandeling.