Vragen van de leden Omtzigt en Ormel (beiden CDA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het Mor Gabriel klooster in Turkije (ingezonden 28 januari 2011).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het feit dat de Turkse staat een rechtszaak tegen het Mor Gabriel klooster bij het Turkse hooggerechtshof in Ankara gewonnen heeft, zodat het klooster een gedeelte van zijn eeuwenoude landerijen moet afstaan?1

Vraag 2

In antwoorden op eerdere Kamervragen gaf uw ambtsvoorganger aan dat de ambassades van EU-lidstaten bij toerbeurt de rechtszaken tegen het klooster zouden bijwonen en dat de Kamer daarover geïnformeerd zou worden. Kunt u uiteenzetten wie de rechtszitting heeft bijgewoond en wat de bevindingen zijn in de EU?2

Vraag 3

Deelt u de mening dat de Turkse overheid, door het aanspannen van vele rechtszaken tegen het klooster, de rechten van de minderheden niet garandeert, zoals ook opgemerkt in de voortgangsrapportage over Turkije van de Europese commissie?3

Vraag 4

Bent u bereid de Turkse ambassadeur in Nederland in een onderhoud te wijzen op de precaire situatie van de christelijke minderheden in zijn land, hem te verzoeken aan de Turkse regering de rechtszaken van de overheid tegen het Mor Gabriel klooster in te trekken en de resolutie 1704 (speciaal punt 19.6 dat om bescherming van het klooster en zijn eigendommen gaat) van de Raad van Europa na te leven, en daarop terug te rapporteren aan de Raad van Europa zoals gevraagd?

Vraag 5

Bent u bereid om dit onderwerp te agenderen in de EU en zo ja, op welke wijze?

Vraag 6

Bent u bereid om uw en onze zorgen over het Mor Gabriel klooster aan de Turkse regering over te brengen tijdens uw bezoek aan Turkije en kunt u ons op de hoogte stellen van het antwoord dat u van de Turkse minister krijgt?


XNoot
1

Kathweb, «Türkei: Oberstes Gericht spricht Klosterbesitz in Tur Abdin Staat zu», 27 januari 2011.

XNoot
2

1705, 2008–2009.

XNoot
3

COM(2010) 660, pagina 79.

Naar boven