Vragen van het lid Gesthuizen (SP) aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over de berichten dat kleine bedrijven in de autoherstelbranche uit de markt worden gedrukt door de grote jongens en de verzekeringsmaatschappijen (ingezonden 24 december 2010).

Vraag 1

Deelt u de mening dat, in aanvulling op uw antwoord op eerdere vragen1 waarin u aangeeft dat «Verzekeraars in beginsel de vrijheid hebben om zelf te beslissen met welke schadeherstellers zij contracten sluiten en naar welke schadeherstelbedrijven zij doorverwijzen,» zowel de verzekeraars als de schadeherstellers zich ook in beginsel dienen te houden aan de Mededingingswet? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2

Wat is uw reactie op het feit dat door SEO Economisch Onderzoek kritiek is geuit op het NMa-rapport2, zoals dat «de metingen (...) onzorgvuldig en onvolledig zijn, en daardoor onbetrouwbaar. De mededingingsrechtelijke analyse van de ontvangen meldingen is in belangrijke mate gebaseerd op deze metingen. De onbetrouwbaarheid van die metingen roept sterke twijfel op over de juistheid van deze mededingingsrechtelijke analyse.»?3 Op welke wijze zou de kritiek van SEO de uitkomsten van de marktanalyse veranderen? Zou u de NMa willen verzoeken om in te gaan op deze kritiek, of aanvullend onderzoek te doen om de kritiekpunten weg te nemen?

Vraag 3

Wat is uw reactie op het feit dat in het offerteverzoek van de NMa4 is aangegeven dat de zogenaamde «verhaalbare schade» per definitie zou behoren tot de zogenaamde vrije schadestroom? Wat is de motivering voor deze aanname? Op welke wijze zouden de uitkomsten van het NMa-onderzoek veranderen als deze aanname wordt losgelaten?

Vraag 4

Deelt u de mening dat, indien er gerede twijfel is over onderzoeksinformatie die een grote invloed heeft op de eindconclusie van het onderzoek dat slechts 16 procent van de autoruitschade wordt gestuurd, terwijl dit volgens de NMa ook 63 procent kan zijn als die onderzoeksinformatie anders is5, het tot de standaard taak van de onderzoekende partij behoort om te testen of de onderzoeksresultaten robuust zijn voor de gevoerde onderzoeksmethode, bijvoorbeeld door middel van een «false respons onderzoek»? Deelt u de mening dat die gerede twijfel er is, blijkens de vele, ook onafhankelijke, kritieken op het onderzoek? Zo ja, zou u de NMa of een andere partij willen verzoeken om dit onderzoek te doen?

Vraag 5

Kloppen de berichten uit de sector dat hen een geplande reactie op een consultatie- en zienswijzedocument van de NMa is onthouden6? Op welke andere wijze heeft de sector de mogelijkheid gehad om te reageren op een concept-besluit van de NMa alvorens dit tot een definitief besluit van de NMa werd verheven? Bent u met mij van mening dat het voor zowel de kwaliteit van het onderzoek als de acceptatie ervan bij de sector van groot belang is dat de NMa de sector in de gelegenheid stelt om te reageren op een officieel consultatie- en zienswijzedocument?


XNoot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 579.

XNoot
2

http://www.seo.nl/nl/publicaties/rapporten/2009/2009–42.html

XNoot
3

http://www.seo.nl/nl/publicaties/rapporten/2009/2009–42.html, p.1.

XNoot
4

NMa dossier 6171/1.B1023, offerteverzoek onderzoek naar autoschade p. 4, schematisch overzicht van de totale schadestroom.

XNoot
5

Nma.net, «De rol van verzekeraars op de markt voor auto(ruit)schade-hersteldiensten», april 2009, voetnoot 17.

XNoot
6

Dit blijkt uit interne communicatie van de VasNed:

Interne correspondentie VASNED:

Verzonden: vrijdag 16 januari 2009 10:29

Onderwerp: telefonisch bericht van NMa dd. 20090116

Ik kreeg vanmorgen telefoon van Mevrouw (...) van de NMa. Vier punten kwamen aan de orde:

(...) 4. Het is de bedoeling dat NMa in het 1e kwartaal 2009 haar consultatie- en zienswijze document heeft afgerond.

Naar boven