Vragen van het lid Leijten (SP) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Financiën over de besteding van AWBZ-premies (ingezonden 17 juni 2010).

Vraag 1

Herinnert u zich uw antwoord op eerdere Kamervragen, waarin u stelt dat AWBZ-premies worden uitgegeven aan AWBZ-zorg?1

Vraag 2

Kunt u uitleggen hoe uw antwoord zich verhoudt tot het feit dat de helft van de premies wordt besteed aan heffingskortingen? Beschouwt u heffingskortingen als AWBZ-zorg?

Vraag 3

Kunt u aangeven hoe deze heffingskortingen zijn verdeeld? Aan wie komen deze ten goede en voor welke bedragen?

Vraag 4

Kunt u uitleggen of de huidige besteding van AWBZ-premies niet strijdig is met de wet, in het bijzonder art. 17, lid 3, AWBZ?

Vraag 5

Erkent u dat de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) de fondsen slechts voor ongeveer een derde compenseert voor de kosten van de kortingen en niet volledig, zoals gesteld wordt in de Memorie van Toelichting van de Aanpassingswet Wet Inkomstenbelasting 2001? Is er sprake van afroming?2

Vraag 6

Waarom wordt in de Brede Heroverwegingen geen enkele melding gemaakt van de BIKK of de heffingskortingen bij de bespreking van de premiestijging en AWBZ-uitgaven?3

Vraag 7

Wat is de hoogte van de premie- en exploitatieoverschotten van de AWBZ en hoeveel vloeit hiervan in totaal in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ)?


XNoot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 2193.

XNoot
2

Kamerstuk 27 184, nr. 3.

XNoot
3

Rapport Brede Heroverwegingen, Langdurige Zorg, april 2010.

Naar boven