Kamervragen zonder Antwoord
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 252612 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 252612 |
Heeft de Minister van Defensie expliciet verzocht aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de in haar antwoord aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 9 juni 2026 genoemde vertrouwelijke militaire informatie «per direct» te verwijderen?
Zo ja, wanneer en hoe is dit gebeurd en waarom is aan dat verzoek niet onmiddellijk gevolg gegeven? Was de Minister-President hiervan op de hoogte en heeft hij zich met deze kwestie beziggehouden aangezien dit immers een zaak van nationale veiligheid betreft.
Kan de regering uiteenzetten welke juridische analyses zijn verricht voordat door de Minister van Defensie werd besloten dat en welke informatie over vitale en militaire infrastructuur direct diende te worden verwijderd, welke ministeries daarbij betrokken waren en op welke wettelijke grondslagen deze afwegingen zijn gebaseerd?
Welke Minister of Ministers waren ten tijde van het verzoek van Defensie bestuurlijk verantwoordelijk voor de besluitvorming over het al dan niet onmiddellijk afschermen van de betreffende gegevens en hoe is de komende coördinatie tussen de betrokken departementen vormgegeven?
Welk departement en/of directie heeft besloten om het verzoek van de Minister van Defensie niet onmiddellijk uit te voeren?
Acht de regering het wenselijk dat een verzoek van de Minister van Defensie die primair verantwoordelijk is voor de nationale veiligheid en de bescherming van militaire infrastructuur eerst door andere departementen wordt afgewogen, alvorens al dan niet tot uitvoering wordt overgegaan?
Welke concrete belangen rechtvaardigden het voortgezet online beschikbaar houden van de informatie gedurende de periode tussen het verzoek van Defensie en de uiteindelijke verwijdering?
Wegen deze belangen zwaarder dan het belang van de nationale veiligheid? Kunt u dit gemotiveerd toelichten?
Is gedurende deze periode een expliciete risicoanalyse gemaakt van de gevolgen van het online beschikbaar blijven van de informatie? Zo ja, kan deze analyse vertrouwelijk met de Staten-Generaal worden gedeeld?
Heeft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) inzake deze kwestie advies uitgebracht? Zo ja, welk advies, zo nee, waarom niet? Is de Landsadvocaat gevraagd om hierover advies uit te brengen? Zo ja, welk advies, zo nee, waarom niet?
Was er binnen de rijksoverheid verschil van inzicht tussen Defensie enerzijds en de Ministeries van Economische Zaken respectievelijk Infrastructuur en Waterstaat anderzijds over het al dan niet verwijderen van openbaar gemaakte geheime militaire infrastructuurgegevens? Zo ja, waaruit bestond (of bestaat) dat verschil van inzicht precies?
De regering antwoordt de Kamer – in dit geval bij monde van de Minister van Defensie – steeds als één orgaan. Kan de Minister-President aangeven welk kabinetsstandpunt uiteindelijk leidend was/is en kunnen alle verantwoordelijke Ministers zich hiermee verenigen?
Indien de Minister van Defensie kennelijk van oordeel is dat er sprake is van een acuut veiligheidsrisico, waarom is dan niet gekozen voor toepassing van het voorzorgsbeginsel: eerst depubliceren en vervolgens de juridische grondslag nader beoordelen? Weegt juridische zorgvuldigheid en/of transparantie dan zwaarder dan het belang van nationale veiligheid?
Bestaat er een nationaal protocol voor situaties waarin een bewindspersoon die verantwoordelijk is voor nationale veiligheid verzoekt om onmiddellijke afscherming van gevoelige/geheime informatie? Zo nee, acht de regering het wenselijk een dergelijk protocol alsnog vast te stellen?
Kan de regering uitsluiten dat gedetailleerde informatie over militaire installaties, brandstofvoorzieningen, communicatienetwerken, radarinstallaties en/of vitale defensieobjecten momenteel nog steeds via overheidsplatforms openbaar toegankelijk is?
Welke lessen trekt de regering uit deze casus voor de samenwerking tussen Defensie, Algemene Zaken, Economische Zaken en Infrastructuur en Waterstaat in een tijd waarin sabotage, hybride dreigingen en statelijke inmenging nadrukkelijk onderdeel vormen van het veiligheidsbeeld?
Deelt de regering de opvatting dat bij twijfel over de verenigbaarheid van wettelijke openbaarmakingsverplichtingen met de bescherming van nationale veiligheid, tijdelijke afscherming van de informatie in beginsel de voorkeur verdient boven voortgezette publicatie totdat een juridische analyse is afgerond? Zo nee, waarom niet?
Welke rol heeft het Ministerie van Algemene Zaken gespeeld bij de coördinatie van deze kwestie en op welk moment is de Minister-President hierover geïnformeerd?
Indien een Minister van Defensie aangeeft dat openbaar beschikbare informatie een risico vormt voor de nationale veiligheid, op welke juridische grondslag kan een uitvoeringsorganisatie of een ander ministerie besluiten die informatie niet te verwijderen?
Kan de regering uitsluiten dat vergelijkbare situaties zich ook ten aanzien van andere vitale infrastructuur voordoen, waaronder energievoorzieningen, telecommunicatienetwerken, drinkwater-infrastructuur, transport-infrastructuur en crisiscommunicatiesystemen? Zo nee, deelt de regering de opvatting dat dit erop wijst dat het huidige wettelijke stelsel onvoldoende is toegerust gevoelige infrastructuur gegevens te beschermen tegen misbruik door statelijke factoren, sabotage of hybride dreigingen?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-ek-252612.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.