Kamervragen zonder Antwoord
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 252611 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 252611 |
In de beantwoording d.d. 9 juni 2026, erkent de Minister in antwoord 4 dat het afschermen van gevoelige gegevens via broneigenaren in een aantal gevallen is gebeurd, «maar niet afdoende».
In antwoord 11 wordt het uitvaardigen van een circulaire evenwel afgewezen omdat er «al (proactief) gebruik gemaakt» wordt van de afschermingsmogelijkheid en er daarom «onvoldoende aanleiding» zou bestaan. Kan de regering uiteenzetten hoe een werkwijze die naar eigen zeggen niet afdoende is, tegelijkertijd voldoende grond kan vormen om van een bindend coördinerend instrument af te zien?
Indien de regering erkent dat de huidige, vrijblijvende benadering – door de Minister zelf gekenschetst als een «bewustwordingsproces» – niet afdoende is gebleken: op grond van welke feiten verwacht zij dat voortzetting van diezelfde benadering tot een ander resultaat zal leiden? Welk objectief criterium hanteert de regering om vast te stellen wanneer het moment is bereikt waarop een circulaire of een besluit van de ministerraad wél aangewezen is?
Kan de Minister van Defensie kwantitatief inzicht geven in de stand van zaken: in hoeveel gevallen zijn defensiegevoelige infrastructuurgegevens inmiddels gedepubliceerd of afgeschermd, in hoeveel gevallen is dat verzocht maar nog niet uitgevoerd, en in hoeveel gevallen is nog geen verzoek gedaan? Indien de Minister dit overzicht niet openbaar kan verstrekken, is zij dan bereid de Kamer hierover vertrouwelijk te informeren?
In antwoord 8 van de beantwoording zegt de Minister toe, de Kamer schriftelijk te informeren «zodra» de registers van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn aangepast. Een toezegging zonder termijn is geen toezegging maar een intentie. Is de Minister bereid de Kamer uiterlijk 1 juli 2026 de toegezegde brief te doen toekomen, waarin per register wordt aangegeven: (i) welke aanpassingen zijn doorgevoerd, (ii) op welke juridische grondslag, en (iii) welke gegevens nog niet zijn afgeschermd, met daarbij een tijdpad? Zo nee, welke termijn acht de Minister dan wél haalbaar, en waarom?
In antwoord 6 van de beantwoording stelt de Minister dat het instellen van een formele overlegstructuur met aangewezen hoofdeigenaar «niet voor 1 juni» kon worden afgerond.
Op welke datum kan de Kamer een concreet voorstel voor een dergelijke structuur, inclusief aanwijzing van een hoofdeigenaar met taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, tegemoetzien?
Welke bewindspersoon draagt, in afwachting van die structuur, de coördinerende verantwoordelijkheid voor defensiegevoelige gegevens die bij andere bestuursorganen berusten? Indien het antwoord luidt dat deze verantwoordelijkheid thans bij geen enkele bewindspersoon eenduidig belegd is: hoe verhoudt zich dat tot de grondwettelijke verantwoordelijkheid van de regering voor de veiligheid van de staat?
Uit antwoord 3 van de beantwoording blijkt dat het probleem medio 2025 ambtelijk is gesignaleerd; de interdepartementale werkgroep «Openbaarheid en nationale veiligheid» is evenwel pas in maart 2026 opgericht. In antwoord 6 stelt de Minister dat voor een overlegstructuur «geen aanleiding» was. Kan de Minister een feitelijke tijdlijn verstrekken van alle stappen die tussen medio 2025 en maart 2026 zijn gezet, met vermelding van de momenten waarop de betrokken bewindspersonen zijn geïnformeerd?
Is de Minister-President, dan wel de ministerraad, vóór maart 2026 over deze problematiek geïnformeerd? Zo ja, wanneer en met welk gevolg? Zo nee, hoe beoordeelt de regering dat een vraagstuk dat naar het oordeel van de Minister van Defensie de nationale veiligheid raakt, gedurende ruim een half jaar niet op het hoogste politieke niveau is geadresseerd?
In antwoord 9 en antwoord 12 van de beantwoording stelt de Minister «vooralsnog geen juridische tegenstrijdigheid» te hebben gesignaleerd, terwijl zij in dezelfde adem meedeelt dat «de juridische analyse nog loopt». Wanneer is de juridische analyse afgerond en is de regering bereid deze analyse – inclusief de beoordeling van de bevoegdheidsverdeling – integraal met de Kamer te delen?
In antwoord 9 van de beantwoording erkent de Minister dat bijzondere openbaarmakingsregimes in sectorale wetgeving bepalingen kunnen bevatten waarvan openbaarmaking een risico vormt voor de nationale veiligheid, en dat dit «in sommige gevallen mogelijk een wetswijziging» vergt. Welke sectorale wetten – waaronder in ieder geval de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) – worden in dit kader doorgelicht, en op welke termijn informeert de regering de Kamer over de uitkomst, inclusief eventuele voornemens tot wetswijziging?
Erkent de regering dat haar eigen antwoord 9 – waarin de mogelijkheid van noodzakelijke wetswijzigingen wordt onderkend – de facto bevestigt dat het samenstel van wettelijke publicatieplichten en de veiligheidsplicht van de staat ten minste op onderdelen niet sluitend is geregeld? Zo nee, hoe kwalificeert de regering een situatie waarin sectorale publicatieplichten openbaarmaking voorschrijven van gegevens waarvan de regering zelf vaststelt dat depublicatie per direct geboden is?
In antwoord 14 van de beantwoording stelt de Minister dat de liggingsdata «geen officiële rubricering» hebben en dat de NAVO «derhalve» geen bezwaar aantekent. Deze leden constateren dat het ontbreken van rubricering hier niet als geruststelling kan dienen: het is nu juist de oorzaak van het probleem dat aanleiding gaf tot deze vragen. Deelt de regering de opvatting dat de afwezigheid van rubricering een te herstellen omissie is, en geen rechtvaardiging voor publieke beschikbaarheid?
Is de regering bereid te (laten) beoordelen of liggingsdata van kritieke defensie-infrastructuur, waaronder het Central Europe Pipeline System, alsnog dienen te worden gerubriceerd dan wel anderszins een beschermingsregime dienen te krijgen dat publicatie via registers van andere bestuursorganen uitsluit? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Kan de regering de Kamer informeren over het mandaat, de samenstelling en het tijdpad van de interdepartementale werkgroep «Openbaarheid en nationale veiligheid»? Op welke datum dient de overheidsbrede beleidslijn gereed te zijn, en wordt deze beleidslijn aan beide Kamers voorgelegd alvorens te worden vastgesteld?
Is de regering bereid de Kamer halfjaarlijks – voor het eerst uiterlijk 1 oktober 2026 – te rapporteren over de voortgang van (i) de depublicatie van defensiegevoelige infrastructuurgegevens, (ii) de juridische analyse en eventuele wetgevingstrajecten, en (iii) de inrichting van de formele overlegstructuur met hoofdeigenaar?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-ek-252611.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.