Vragen van het lid Van de Sanden (fractie-Van de Sanden) op 2 juni 2026 medegedeeld
aan de Minister van Buitenlandse Zaken om schriftelijke inlichtingen te verkrijgen
op grond van artikel 68 van de Grondwet inzake de inzet van de omnibusprocedure en
het ontbreken van effectbeoordeling (ingezonden 2 juni 2026).
Vraag 1
Kan de Minister bevestigen dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken, gelet op haar
coördinerende verantwoordelijkheid voor EU-aangelegenheden, het aangewezen aanspreekpunt
is voor vragen over het al dan niet gebruiken van omnibusprocedures door de Europese
Commissie, de Raad en het Europese Parlement en het al dan niet daarbij uitvoeren
van effectbeoordelingen («Impact Assessments»), zoals door de Staatssecretarissen
«Digitale Economie en Soevereiniteit» en «Rechtsbescherming en Gevangeniswezen» tijdens
het mondeling overleg d.d. 26 mei 2026 met de commissies Digitalisering en Economische
Zaken en Groene Groei en de rapporteurs Van de Sanden en Fiers voor de Omnibussen
AI en Digitaal is aangegeven?
Vraag 2
Deelt de Minister de opvatting van de rapporteurs – in lijn met de standpunten hierover
van door dezen geraadpleegde deskundigen – dat een omnibusprocedure naar haar aard
uitsluitend is bedoeld voor technische consolidatie en vereenvoudiging van bestaande
regels – derhalve voor «vorm» en niet voor «inhoud» – en dat het gebruik van een omnibusprocedure
voor (wezenlijke) materiële wijzigingen zonder voorafgaande effectbeoordeling oneigenlijk
is, te minder waar daarbij grondrechten aan de orde zijn? Kan de Minister het standpunt
van de regering toelichten.
Vraag 3
Bij welke omnibussen is er – behalve bij de digitale – in de afgelopen 2 jaar geen
effectbeoordeling uitgevoerd?
Vraag 4
Hoe heeft de regering, in de Raad of langs andere weg, het ontbreken van effectbeoordelingen
bij recente digitale omnibuspakketten aan de orde gesteld? De regering heeft eerder
aangegeven herhaaldelijk en tevergeefs hiervoor te hebben gepleit; graag ontvang ik
van u een feitelijk overzicht van dergelijke contacten – wanneer, in welke gremia,
met welke lidstaten – en het resultaat ervan, in het bijzonder voor de Omnibus AI
en de Digitale Omnibus.
Vraag 5
Is de Minister bekend met de brief van het Committee of European Affairs van het Deense
parlement («Folketing») van 8 mei 2026 aan Eurocommissaris Dombrovskis, waarin op
basis van haar eigen analyse – slechts 14 van de 64 belangrijke voorstellen vergezeld
gingen van een effectbeoordeling – wordt aangedrongen op het terugkeren naar effectbeoordelingen
als regel? Deelt de regering deze analyse en zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Hoe weegt de regering de gezamenlijke opinie van de EDPB en de EDPS van 10 februari
2026 inzake de Digitale Omnibus, waarin beide toezichthouders betreuren dat een volledige
effectbeoordeling ontbreekt en oordelen dat de mogelijke gevolgen voor de grondrechten
onvoldoende zijn gewogen?
Vraag 7
Hoe verhoudt zich volgens de regering de huidige inzet van de omnibusprocedure zonder
effectbeoordelingen tot de Commissiemededeling «A Simpler, Clearer and Better Enforced
EU Rulebook» (COM(2026) 380), waarin de Commissie zelf opnieuw committering aan betere
regelgeving uitspreekt?
Vraag 8
Welke juridische weging maakt de regering, in het licht van rechtspraak van het Hof
van Justitie van het risico dat onderdelen van Uniewetgeving die ten onrechte met
gebruikmaking van onjuiste (omnibus)procedures en/of zonder benodigde effectbeoordeling
tot stand komen op proportionaliteits- of andere gronden voor vernietiging in aanmerking
kunnen komen?
Vraag 9
Is de regering bereid in de Raad, en waar passend jegens de Commissie, uitdrukkelijk
stelling te nemen tegen het gebruik van de omnibusprocedure voor materiële wijzigingen
zonder voorafgaande effectbeoordeling – niet alleen voor het lopende dossier Digitale
Omnibus, maar als principieel uitgangspunt voor de overige aangekondigde omnibuspakketten
voor zover dat daarin eveneens aan de orde zou kunnen zijn.
Vraag 10
Acht de regering een adviesvraag aan de Raad van State om voorlichting te geven over
de juridische houdbaarheid van Uniewetgeving die via de omnibusprocedure zonder effectbeoordeling
tot stand komt zinvol? Zo nee, waarom niet?
Vragensteller ziet uw beantwoording – mede in het licht van de snelheid waarmee ernaar
wordt gestreefd om de onderhandelingen over de Digitale Omnibus in de Raad ultimo
juni 2026 af te ronden – graag binnen twee weken na heden met belangstelling tegemoet.