Vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS) op 19 augustus 2024 medegedeeld aan de Minister-President over zijn beantwoording van eerdere vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS) over de staatsrechtelijke aspecten van het volgen van de zogenaamde SGH-route bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire.

Vraag 1

Waarom laat de Minister-President de beantwoording van mijn vragen1 over de staatsrechtelijke aspecten van het volgen van de zogenaamde SGH-route bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire, over aan een Staatssecretaris?2 Heeft het kabinet besloten dat van een dossier, de staatsrechtelijke aspecten die het koningshuis aangaan, voortaan tot de portefeuille van de bewindspersoon van dienst behoren in plaats van tot die van de Minister-President? Welk argument ligt hieraan ten grondslag? Heeft ter zake afstemming plaatsgevonden met de Koning als hoofd van het Koninklijk Huis? Wanneer is dit besluit genomen en waarom is dit niet kenbaar gemaakt aan de Staten-Generaal?

Vraag 2

Is de Minister-President alsnog bereid de betreffende vragen zelf te beantwoorden, ten minste de vragen 1, 2, 3, 7, 8 en 10 t/m 17?

Vraag 3

Is de Minister-President bekend met het artikel van prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert in de NRC van 12 augustus 2024 onder de kop «Laurentien moet zich terugtrekken»?3

Vraag 4

Deelt de Minister-President de conclusie van de auteur dat het kabinet-Rutte IV zijn plicht heeft verzaakt door een lid van het Koninklijk Huis een functie te laten vervullen op een beleidsterrein dat politiek uiterst gevoelig is, namelijk de afwikkeling van de toeslagenaffaire? Zo ja, tot welk(e) besluit(en) gaat dit leiden? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Overweegt de Minister-President thans de prinses te verzoeken zichzelf op afstand te plaatsen van het onderhavige dossier, nu ook in het openbaar van meerdere kanten is gewezen op de mogelijke risico’s die zijn verbonden aan dit dossier ten aanzien van de mogelijk rechtstreekse betrokkenheid van prinses Laurentien? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Wil de Minister-President toezeggen, rebus sic stantibus, de voortgang van dit dossier persoonlijk nauwlettend te volgen en hierop te allen tijde aanspreekbaar te zijn?

Vraag 7

Is de Minister-President bereid om deze vragen alsmede de in vraag 2 hierboven aangeduide vragen op korte termijn te beantwoorden?


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen I 2023/24, nr. 232412.

X Noot
2

Zie de brief d.d. 12 juli 2024 van de Minister-President betreffende de overdracht van de beantwoording van vragen van het lid Van Rooijen over de afwikkeling van de toeslagenaffaire, met kenmerk 4409671.

Naar boven