Vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS) medegedeeld aan de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen over het advies van de landsadvocaat over de Wet toekomst pensioenen (36 067) (ingezonden 6 oktober 2023).

Vraag 1

Herinnert de Minister zich het negatieve antwoord dat zij heeft gegeven tijdens het debat over de Wet toekomst pensioenen op mijn dringend verzoek om het advies van de landsadvocaat ter zake aan de Eerste Kamer ter beschikking te stellen?

Vraag 2

Realiseert de Minister zich dat het hier niet gaat om openbaarheid als zodanig en niet om de WOB c.q. WOO, maar om een (dwingende) verplichting van de regering jegens elk van beide Kamers der Staten-Generaal en jegens elk individueel lid van deze Kamers om (gevraagde) informatie te verstrekken?

Vraag 3

De regering beroept zich in deze op staand regeringsbeleid. Deelt de Minister het staatsrechtelijk uitgangspunt dat elke vorm van regeringsbeleid steeds moet kunnen rekenen op (eventueel stilzwijgende) instemming van de Staten-Generaal?

Vraag 4

Waar wijkt de regering af van het navolgende uitgangspunt: Het kabinetsbeleid inzake openbaarmaking of verstrekking van informatie dient ondergeschikt te zijn en is ondergeschikt aan (dwingende) wetgeving, zoals artikel 68 van de Grondwet. Kabinetsbeleid kan deze wetgeving niet terzijde schuiven of de werking ervan wijzigen of inperken.

Vraag 5

Deelt de Minister het uitgangspunt dat de Staten-Generaal en de individuele Leden een verantwoordelijkheid hebben als (mede)wetgever en dat het daarbij past, om niet te zeggen dat het noodzakelijk is, dat zij als (mede)wetgever zo veel mogelijk over dezelfde c.q. gelijke informatie kunnen beschikken als de regering, zeker als het zou kunnen gaan om doorslaggevende informatie?

Vraag 6

De regering beriep en beroept zich in dit geval erop dat de gevraagde informatie procesinformatie betreft die de positie van de Staat zou kunnen schaden indien deze openbaar zou worden. Hoe weegt de regering het belang van de Staat in deze af tegen het belang van de rechten van vele miljoenen pensioengerechtigden die hier in het geding zijn?

Vraag 7

Op welk juridisch proces doelt de Minister als zij haar weigering om het advies ter beschikking te stellen aan de Kamer(s) onderbouwt met de betiteling procesinformatie? Indien het niet een concreet proces betreft dan kan het advies toch niet anders dan algemeen zijn? Waarom mag een Lid of mogen de Leden van de Staten-Generaal dan die inhoud niet kennen en meewegen in hun oordeel?

Vraag 8

Waar in de Grondwet wordt de datum van 1 juli 2021 genoemd als het gaat om verstrekken van inlichtingen aan de Staten-Generaal? Indien nergens, op welke grond kan die datum dan bindend zijn voor een Lid of de Leden der Staten-Generaal of de Staten-Generaal zelf?

Vraag 9

Is de Minister het eens met de stelling dat de Staten-Generaal ervan uit moet kunnen gaan dat de landsadvocaat in de bediening van de overheid (de regering) zich er altijd van bewust is dat zijn advies in de openbaarheid zou kunnen komen. Immers zijn adviezen vallen onder artikel 68 Grondwet, de regels van de parlementaire enquête (verklaringen onder ede) en de WOB/WOO. En nog los daarvan kunnen er altijd politieke redenen zijn waarom een advies openbaar gemaakt zou moeten worden.

Vraag 10

Of vindt de Minister dat de regering het tot haar taak moet rekenen om de landsadvocaat tegen zichzelf te beschermen?

Vraag 11

Onder verwijzing naar artikel 68 van de Grondwet verzoek ik de Minister het onderhavige advies van de landsadvocaat per omgaande te mijner beschikking te stellen of toe te zenden naar beide Kamers der Staten-Generaal.

Naar boven