Vragen van het lid Teunissen (Partij voor de Dieren) op 16 maart 2021 medegedeeld aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Justitie en Veiligheid inzake jacht op wilde zwijnen tijdens avondklok (vervolgvragen naar aanleiding van beantwoording van de op 2 februari 2021 over dit onderwerp gestelde schriftelijke vragen) (ingezonden 16 maart 2021).

Vraag 1

Waaruit maakt u op dat het nachtelijk jagen op zwijnen als hobbymatige activiteit kan worden aangemerkt als «noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden»? Kunt u in uw antwoord aangeven welk onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek leert dat nachtelijke bejaging van wilde zwijnen noodzakelijk zou zijn in relatie tot het terugdringen of voorkomen van besmettelijke dierziekten?

Vraag 2

Kunt u aangeven in welke zin hobbymatige activiteiten door u worden aangemerkt als noodzakelijke beroepsmatige activiteiten en welke jurisprudentie daaraan ten grondslag ligt?

Vraag 3

Gelet op het feit dat er geen aanwijzingen zijn dat zwijnen in Nederland besmet zouden zijn met ziekten als Aujeszky of AVP, kunt u aangeven waar dan de noodzaak tot bestrijding van gezonde zwijnen door gelegitimeerd wordt?

Vraag 4

Kent u de uitspraak van prof. dr. Sven Herzog die aangeeft dat de verspreiding van genoemde besmettelijke ziekten vooral plaatsvindt via ver transport en de intensieve veeteelt, niet door wilde zwijnen? Kunt u aangeven in hoeverre u deze opvatting deelt en wanneer dat niet zo is, op basis van welke wetenschappelijke inzichten u de mening van Herzog afwijst?1

Vraag 5

Kent u het pleidooi van de epidemioloog prof. Dr. Klaus Depner die voorstander is van een totaalverbod op de everzwijnjacht bij uitbraken van Afrikaanse varkenspest omdat de jacht zorgt voor de hogere mobiliteit onder de zwijnen waardoor ze gemakkelijker in contact komen met landbouwdieren. Hij roept daarom op tot « rust in het bos». Deelt u zijn opvatting, zo nee, waarom niet?2

Vraag 6

Bent u bereid het jagen in besmette lidstaten van de EU door Nederlandse jagers te verbieden? Zo nee, waarom niet en welke reden tot zelfregulering heeft u? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Vraag 7

Indien de regeling avondklok (art 5.2) rekening houdt met noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden die zelfstandige is of een persoon zonder werkgever, op welke wijze wordt dan gelegitimeerd dat hobbymatige activiteiten, waarvan de noodzaak niet door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld, eveneens onder die regeling zouden kunnen vallen? Wilt u specifiek zijn in uw beantwoording, mede op basis van jurisprudentie?

Vraag 8

Indien wildbeheer in uw optiek noodzakelijk is, kunt u dan aangeven waarom deze door u als noodzakelijk aangemerkte activiteiten door hobbyisten worden uitgevoerd zonder betaling of beroepscode? Kunt u aangeven in hoeverre deze situatie overeenkomt is met de Europese regels op basis van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie ten aanzien van vrijwillige brandweerlieden?

Vraag 9

Is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid dat leeggevallen territoria van gezonde Nederlandse zwijnen kunnen worden ingenomen door besmette zwijnen vanuit Duitsland of België? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u die onderzoeken met de Kamer delen?

Vraag 10

Gegeven het feit dat in besmette gebieden in getroffen lidstaten strenge maatregelen gelden om verspreiding van ziekten te voorkomen, is er bij u onvoldoende vertrouwen in de maatregelen die door andere lidstaten getroffen worden? Zo nee, waarom neemt u dan toch preventieve maatregelen in niet-besmet gebied?

Vraag 11

Is met u overleg geweest met ambtgenoten in besmette lidstaten over maatregelen om bestrijding van dierziekten bij zwijnen te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid gespreksverslagen van dergelijke overleggen met de Kamer te delen?

Vraag 12

Deelt u de mening dat ziekten als Aujeszky en AVP geen bedreiging vormen voor populaties van in het wild levende dieren, maar met name voor de belangen van de veehouderij? Op grond van welke wetgeving meent u dat het geoorloofd is in het wild levende dieren preventief te doden terwijl er geen sprake is van besmetting? Kunt u aangeven op welke wijze u in dat geval de wettelijk erkende intrinsieke waarde van in het wild levende dieren respecteert?

Vraag 13

Bent u bereid deze vragen gelet op de urgentie binnen een week te beantwoorden?

Naar boven