Vragen gesteld door de leden der Kamer

2990003750

Vragen van de leden Wagenaar, Witteveen-Hevinga, Bos en De Boer (allen PvdA) aan de minister van Economische Zaken over een subsidie voor de bouw van een fabriek in Duitsland. (Ingezonden 2 december 1999)

1

Kent u het recente bericht over de subsidies van de Duitse overheid voor de bouw van een zonnecellenfabriek van Shell?1

2

Hoe beoordeelt u in het kader van de vrije mededinging binnen de Europese Unie het geven van dergelijke subsidies in het algemeen en die in het genoemde bericht in het bijzonder?

3

In hoeverre strookt het geven van deze subsidie met het beleid dienaangaande binnen de Europese Unie?

4

Was het geven van subsidie van de Duitse overheid ten behoeve van een zonnecellenfabriek in Gelsenkirchen een reden voor de vestiging van de fabriek daar en niet elders in de Europese Unie? Was het uitblijven van subsidie van de Nederlandse overheid een reden dat de uitbreiding van de Shell-vestiging in Helmond achterwege bleef?

5

Is de Nederlandse overheid in het algemeen terughoudender dan de Duitse overheid met het financieel ondersteunen van bedrijven binnen haar eigen landsgrenzen? Zo ja, in hoeverre brengt dit Nederlandse bedrijven in een nadeliger concurrentiepositie?

6

In hoeverre acht u het u ter beschikking staande instrumentarium adequaat om technologisch hoogstaande investeringen voor Nederland, in verhouding tot het gehanteerde instrumentarium elders in Europa, te bevorderen dan wel te behouden?

7

Acht u het noodzakelijk en bent u bereid om met uw Duitse collega over bovenstaande kwestie in overleg te treden en deze zo nodig op Europees niveau aan de orde te stellen?


XNoot
1

«Shell maakt zonnecellen voordeliger in Duitsland», in Trouw, 17-11-1999.

Naar boven