Kamervragen zonder antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-20092080900250

Vragen gesteld door de leden der Kamer

2080900250

Vragen van het lid Arib (PvdA) aan de minister van Justitie en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een tekort aan opvang voor slachtoffers van mensenhandel. (Ingezonden 18 september 2008)

1

Hebt u kennisgenomen van het bericht over het tekort aan opvang voor slachtoffers van mensenhandel?1

2

Klopt het dat slachtoffers van mensenhandel geregeld in de politiecel of op straat verblijven omdat er een groot tekort is aan veilige opvangplaatsen? Zo ja, hoe groot is dit tekort?

3

Hoeveel slachtoffers van mensenhandel verblijven maar er op dit moment niet op de voor hen bedoelde opvangplaatsen in een politiecel, wachtruimte van een asielzoekerscentrum of op straat?

4

Wat is uw oordeel over het verblijf van slachtoffers in een politiecel en op straat als gevolg van het tekort aan opvangplaatsen? Hoe verhoudt dit zich tot internationale afspraken waarin Nederland zich gecommitteerd heeft slachtoffers veiligheid en bescherming te bieden?

5

Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat het onwenselijk is dat een slachtoffer van vrouwenhandel al anderhalf maand met haar twee kinderen in de wachtruimte van een asielzoekercentrum verblijft omdat zij daar «tenminste veilig» is? Zo ja, wat gaat u doen om hierin verandering aan te brengen? Zo neen, waarom niet?

6

Klopt het dat het aantal «safehouses» bij de vrouwenopvang vol is? Om hoeveel «safehouses» gaat het in Nederland? Welke doelgroepen maken hier gebruik van en om welke type problematiek gaat het?

7

Klopt het dat het aantal hulpvragen van slachtoffers van vrouwenhandel de afgelopen jaren is gestegen? Zo ja, kunt u de precieze cijfers en de trends over het afgelopen vijf jaar geven? Wordt bij het toedelen van het budget aan de vrouwenopvang rekening gehouden met deze ontwikkelingen?

8

Deelt u de mening dat de situatie waarin sommige slachtoffers van vrouwenhandel zich bevinden niet bijdraagt aan het doen van aangifte tegen de verdachten? Zo ja, in hoeverre belemmert dit het opsporen en vervolgen van vrouwenhandel? Zo neen, waarom niet?

9

Herinnert u zich de Kamervragen d.d. 2 juli 2003 over dezelfde problematiek? Kunt u precies aangeven welke maatregelen sinds juli 2003 tot nu toe zijn genomen om slachtoffers van vrouwenhandel een veilige opvangplaats te bieden? Kunt u ook aangeven welke bedragen hiervoor beschikbaar zijn gesteld?2

10

Bent u nog steeds van mening dat opvang en hulp aan slachtoffers van vrouwenhandel een voorwaarde is om vrouwen de mogelijkheid te bieden om uit dit circuit te stappen en vrouwenhandel te bestrijden? Zo ja, wat gaat er concreet aan doen om de opvang en hulp voor slachtoffers te regelen?

11

Deelt u de mening van Coördinatiecentrum mensenhandel (Comensha) die pleit voor een landelijk opvangcentrum specifiek gericht op slachtoffers van vrouwenhandel? Bent u bereid om de middelen en voorwaarden die nodig zijn voor de opzet van een opvangcentrum voor slachtoffers van vrouwenhandel beschikbaar te stellen?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van de leden Wiegman-van Meppelen-Scheppink en Anker (beiden ChristenUnie), ingezonden 18 september 2008 (vraagnummer 2008Z02674/2080900240).


XNoot
1

 Nederlands Dagblad, 15 september 2008.

XNoot
1

 Aanhangsel Handelingen nr. 1802, vergaderjaar 2002–2003.