Vragen gesteld door de leden der Kamer

2040512050

Vragen van het lid Kraneveldt (LPF) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Van der Laan, over eventuele overbruggingssubsidies of afvloeiingsregelingen voor gezelschappen, wier aanvragen tot structurele subsidie in het kader van de Cultuurnota 2005–2008 zijn afgewezen. (Ingezonden 5 april 2005)

1

Klopt het dat u bezig bent met het verwezenlijken van een afvloeiingsregeling voor de Tilburgse dansgroep RAZ?1

2

Klopt het dat daarmee een bedrag is gemoeid van bijna 150 000 Euro?

3

Indien vraag 1 en 2 bevestigend worden beantwoord, wat is dan de reden waarom u een dergelijke afvloeiingsregeling overeen wilt komen? Wat is de onderbouwing van dit niet onaanzienlijke bedrag?

4

Is deze beoogde afvloeiingsregeling voor RAZ een eenmalige aangelegenheid voor alleen dit gezelschap, of zijn er ook regelingen voor andere gezelschappen, wier aanvragen tot structurele subsidie in het kader van de Cultuurnota 2005–2008 zijn afgewezen, gemaakt of in de maak?

5

Kunt u aangeven, indien er ook voor andere gezelschappen regelingen worden gemaakt of zijn gemaakt, welke bedragen hiermee zijn gemoeid en om welke gezelschappen het gaat?

6

Is het in het verleden al eens eerder voorgekomen dat er afvloeiingsregelingen werden getroffen voor gezelschappen, wier aanvragen tot structurele subsidie in het kader van een Cultuurnota zijn afgewezen? Zo ja, kunt u dan aangeven, welke regelingen en welke gezelschappen dat geweest zijn en om welke bedragen het ging?

7

Indien u vraag 5 en 6 bevestigend beantwoordt, kunt u dan aangeven uit welk onderdeel van uw begroting de voor die regelingen benodigde gelden zijn betaald?

8

Is het u bekend, dat de dansgroep RAZ het voornemen heeft om een bodemprocedure aan te spannen tegen de staat, omdat dit gezelschap het niet eens is met de negatieve beslissing over hun aanvraag in het kader van de Cultuurnota 2005–2008?

9

Is het u bekend, dat de dansgroep RAZ een kort geding heeft aangespannen bij de voorzieningenrechter, die moet beslissen of RAZ in aanmerking komt voor een langdurige overbruggingssubsidie, die dit gezelschap zegt nodig te hebben om die bodemprocedure tegen de staat aan te spannen?

10

Acht u het wenselijk, dat als de rechter dansgroep RAZ in het gelijk stelt, het ministerie c.q. de staat een langdurige overbruggingssubsidie moet gaan betalen aan dit gezelschap, dat vervolgens hoogstwaarschijnlijk een flink deel van deze subsidie zal gebruiken om een proces tegen diezelfde staat aan te spannen?

11

Is u bekend of meer gezelschappen, wier aanvragen tot structurele subsidie in het kader van de Cultuurnota 2005–2008 zijn afgewezen, een kort geding hebben aangespannen?


XNoot
1

De Volkskrant, 24 maart jl.

Naar boven