Vragen gesteld door de leden der Kamer
2040502300
Vragen van de leden Arib en Klaas de Vries
(beiden PvdA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van
Justitie en voor Vreemdelingenzaken en Integratie over de toegankelijkheid
van zorg voor asielzoekers. (Ingezonden 26 oktober 2004)
1
Hebt u kennisgenomen van het feit dat het openbaar ministerie onderzoek
in stelt naar de dood van een Iraanse asielzoekster in Appelscha, na aangifte
van haar man die een viertal huisartsen en vier verpleegkundigen dood door
schuld verwijt?1
2
Wat vindt u van het feit dat bij de betreffende asielzoekster door 4 huisartsen
te laat borstkanker is geconstateerd, als gevolg waarvan behandeling niet
meer mogelijk was?
3
Kan worden aangegeven wat zich, chronologisch, precies heeft afgespeeld,
wanneer met welke zorgverleners contact heeft plaatsgevonden, en in hoeverre
dit overeenkomstig het convenant c.q. het werkdocument is geweest?
4
Heeft bij de betreffende asielzoekster ook de doorverwijzing door verpleegkundigen
van het azc naar de huisarts een rol gespeeld in de vertraging in de medische
diagnose en behandeling? Wat is in deze precies de rol geweest van de verpleegkundige
van het betreffende azc? Zijn verschillende verpleegkundigen binnen het azc
bij deze vrouw betrokken geweest? Zo ja, is er sprake geweest van informatie-uitwisseling
en afstemming?
5
Kunt u aangeven op welke argumenten het verwijt van de man van het slachtoffer
van «onthouding van noodzakelijke medische zorg» en het «haar
in hulpeloze toestand achterlaten» is gebaseerd? Wat vindt u van deze
beschuldiging, die zich richt tot een viertal artsen en vier verpleegkundigen?
6
Wat vindt u van de opmerking van een van de huisartsen, zoals door de
advocaat van de man van het slachtoffer wordt aangehaald, dat hij asielzoekers
alleen de hoogstnoodzakelijke medische hulp verleent? Hoe verklaart u de terughoudende
houding van huisartsen bij de behandeling van asielzoekers en wat gaat u doen
om dit te verbeteren? Bent u bereid na te gaan wat de betreffende huisartsen
vinden van de (medische) gang van zaken rond deze asielzoekster? Zijn de huisartsen
van mening dat correct medisch handelen heeft plaatsgevonden?
7
Is het waar dat de huisartsen geen enkele keer bij een bezoek van de betreffende
asielzoekster een tolk hebben ingeschakeld? Zo ja, kunt u aangeven wat u hiervan
vindt, en welke oorzaken er volgens u aan ten grondslag liggen dat er geen
tolken voorhanden zijn, dan wel niet worden ingezet?
8
Wat vindt u van het feit dat huisartsen in de regio van het asielzoekerscentrum
steeds beurtelings verantwoordelijk zijn voor de medische zorg voor asielzoekers?
Bent u het eens met de stelling dat asielzoekers hierdoor niet de mogelijkheid
krijgen een vertrouwensband op te bouwen met een huisarts, en dat de huisarts
hierdoor niet optimaal in staat kan zijn klachten van medische aard van asielzoekers
te beoordelen? Deelt u de mening dat de indruk kan worden gewekt dat de medische
zorg voor asielzoekers heen en weer wordt geschoven tussen de huisartsen in
een regio, zodat van een heldere verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien
van medische zorg voor asielzoekers geen sprake kan zijn? Hoe ziet de verantwoordelijkheidsverdeling
ten aanzien van de medische zorg voor asielzoekers er volgens u uit?
9
In hoeverre is de werkrelatie tussen medewerkers van het COA die de toegeleiding
uitvoeren, en de huisarts uitgewerkt? Heeft de IGZ deze uitwerking al getoetst?
10
Hoe verklaart u dat het Openbaar Ministerie de zaak lange tijd heeft laten
rusten, en pas bij herhaalde oproep van de advocaat van de man van het slachtoffer
aanleiding zag de zaak voor te leggen aan de Officier van Justitie?
11
Bent u van mening dat het toezicht op toegankelijkheid en kwaliteit van
zorg in asielzoekerscentra voldoende is geregeld?
12
Gaat de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek verrichten naar deze
specifieke situatie? Kunt u aangeven wanneer de Inspectie met het vervolgonderzoek
«toegankelijkheid van huisartsenzorg van asielzoekers» komt?2
13
Is het waar dat de Inspectie reeds bezig was met een onderzoek in het
betreffende asielzoekerscentrum? Zo ja, welke aanleiding heeft de Inspectie
al eerder gehad om onderzoek in te stellen naar de kwaliteit van zorg in het
asielzoekerscentrum te Appelscha?
14
Wat gaat u concreet op korte termijn ondernemen om de huisartsenzorg te
verbeteren in het azc in Appelscha, teneinde een dergelijke situatie in de
toekomst te voorkomen?
15
Kunt u aangeven wat, naar aanleiding van de vele constateringen dat de
kwaliteit van de huisartsenzorg aan asielzoekers te wensen overlaat, door
u is ondernomen om tot verbeteringen te komen?3 Wat gaat u
ondernemen om in algemene zin de kwaliteit van de huisartsenzorg voor asielzoekers
in Nederland te verbeteren?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid
De Wit (SP), ingezonden 22 oktober 2004, (vraagnummer 2040502200).
XNoot
1 de Volkskrant, 20 oktober jl., «OM onderzoekt dood asielzoekster»,
en Trouw, 20 oktober jl., «Onderzoek naar dood asielzoekster».
XNoot
2 Kamerstuk 29 484, nr. 6, motie Arib over een onderzoek naar de toegankelijkheid
van medische zorg aan asielzoekers.
XNoot
3 Kamervragen van het lid Arib (PvdA) over de mogelijk hoge sterfte onder
asielzoekers (Aanhangsel-Handelingen nr. 1239, vergaderjaar 2002–2003),
van de leden Arib en Middel (PvdA) over de dood van een baby in het asielzoekerscentrum
van Leusden (Aanhangsel-Handelingen nr. 741, vergaderjaar 2001–2002)
en van het lid Arib (PvdA) over gezondheidszorg in asielzoekerscentra (Aanhangsel-Handelingen
nr. 636, vergaderjaar 2000–2001).