Vragen gesteld door de leden der Kamer

2030407990

Vragen van de leden Van Bommel en Vergeer (beiden SP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mw. Van der Laan, over de verbouwing van het Catshuis. (Ingezonden 10 februari 2004)

1

Is het waar dat over de precieze invulling van de verbouwing van het Catshuis uitgebreid overlegd is met de Rijksdienst Monumentenzorg (RDMZ) en dat hierbij afspraken zijn gemaakt over de behandeling van specifieke objecten in het Catshuis?1, 2

2

Is het waar dat de afspraken tussen de gemeente Den Haag en de RDMZ, die invulling geven aan de algemene bepalingen van de vergunningen die de gemeente Den Haag verstrekte, zijn genegeerd?2 Indien ja, wat was de reden hiervoor?

3

Is het waar dat de gemeente Den Haag verantwoordelijk is voor het toezicht op het nakomen van deze afspraken?

4

Hoe beoordeelt u de uitspraken van RDMZ dat zij «ongelukkig» is over de verbouwing van het Catshuis omdat belangrijke onderdelen van het interieur en exterieur zijn veranderd en verwijderd? Deelt u de mening dat de wijzigingen niet stroken met het overeengekomen «respect voor interieurs» dat in de vergunningen werd benadrukt? Bent u van oordeel dat alleen de «hoogst noodzakelijke ingrepen ... met respect voor de waardevolle structuur» zijn uitgevoerd?2

5

Wat gaat u doen om het in de vergunning beschreven «respect voor interieurs» alsnog te garanderen?

6

Wie acht u verantwoordelijk voor de bescherming van het Catshuis als rijksmonument en gaat u deze aanspreken op het eventueel niet nakomen van gemaakte afspraken?


XNoot
1

Cultuurhistorisch effectrapport, 19 juni 2002, bijlage bij vergunning.

XNoot
2

NRC-Handelsblad, 24 januari jl., Haagse Courant, 27 januari jl.

Naar boven