Kamervragen zonder Antwoord
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 2026Z22285 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 2026Z22285 |
Heeft u kennisgenomen van het interview met de Telegraaf van 13 oktober 2026 waarin u spreekt over de huisvesting van statushouders en de positie van starters op de woningmarkt?1
Klopt het dat u in dit interview, in reactie op de situatie van jonge starters die geen woning kunnen vinden, heeft gezegd dat starters «gelukkig bij hun ouders kunnen wonen»? Zo ja, wat bedoelde u precies met deze uitspraak?
Begrijpt u dat deze uitspraak hard aankomt bij jonge Nederlanders die soms noodgedwongen jarenlang thuis wonen omdat zij geen betaalbare woning kunnen vinden?
Waarom geldt de door u genoemde «pauzestand» voor statushouders zonder woning volgens u niet voor een 28-jarige starter die noodgedwongen op zijn oude slaapkamer bij zijn ouders woont en daardoor geen zelfstandig bestaan kan opbouwen?
Deelt u de mening dat van Nederlandse jongeren niet kan worden verwacht dat zij het woningtekort oplossen door maar langer bij hun ouders te blijven wonen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uitleggen waarom het ontbreken van zelfstandige woonruimte bij een statushouder volgens u om een snelle oplossing vraagt, terwijl thuis wonen bij de ouders bij een jonge woningzoekende kennelijk als een mogelijke uitkomst wordt genoemd?
Waarom spreekt u over de positie van statushouders in termen van urgentie en noodzakelijke oplossingen, terwijl u bij starters verwijst naar de mogelijkheid om bij hun ouders te blijven wonen? Welke boodschap geeft u daarmee volgens u aan de honderdduizenden jonge woningzoekenden?
Bent u Minister van Volkshuisvesting voor alle woningzoekenden of vindt u dat de huisvestingsopgave voor statushouders urgenter is dan die voor Nederlandse starters? Hoe blijkt dit uit de prioriteiten die u stelt en uitspraken die u doet?
Vindt u het rechtvaardig dat een starter jarenlang op een wachtlijst kan staan, terwijl een statushouder op grond van zijn of haar status eerder voor een woning in aanmerking kan komen? Waarom wel of niet?
Waarom heeft u, ondanks uw constatering dat de voorrang voor statushouders steeds meer knelt voor andere woningzoekenden, het eerdere wetsvoorstel ingetrokken in plaats van deze voorrang zo snel mogelijk te beëindigen?
Waarom stelt u als voorwaarde dat eerst voldoende alternatieve huisvesting voor statushouders beschikbaar moet zijn voordat hun voorrang verdwijnt? Waarom geldt andersom niet dat eerst voldoende woningen voor Nederlandse starters beschikbaar moeten zijn voordat schaarse sociale huurwoningen met voorrang aan andere groepen worden toegewezen?
Wat verstaat u precies onder «voldoende» alternatieve huisvesting? Aan welke concrete voorwaarden moet zijn voldaan voordat gemeenten statushouders niet meer op grond van hun status voorrang kunnen geven?
Kunt u garanderen dat het koppelen van het verbod aan voldoende alternatieve huisvesting niet betekent dat de huidige mogelijkheid tot voorrang in de praktijk nog jaren blijft bestaan?
Waarom stelt u voor jonge starters niet dezelfde extra inzet en financiële ondersteuning beschikbaar als voor de huisvesting van statushouders?
Bent u bereid om als uitgangspunt te hanteren dat verblijfsstatus op zichzelf nooit mag betekenen dat iemand eerder toegang krijgt tot een schaarse sociale huurwoning dan iemand die al jarenlang op een woning wacht? Zo nee, waarom niet?
Geldt de door u uitgesproken urgentie dat iedereen een dak boven het hoofd moet hebben ook voor Nederlandse jongeren die noodgedwongen bij hun ouders wonen, en welke concrete maatregelen neemt u voor hen?
Deelt u de mening dat het enkele feit dat iemand statushouder is nooit voldoende reden mag zijn om die persoon voorrang te geven op een sociale huurwoning boven iemand die al jarenlang op een woning wacht? Zo nee, waarom acht u dat verschil in behandeling gerechtvaardigd?
U zegt dat iedereen die hier wil wonen een dak boven het hoofd moet hebben; waarom leidt dat uitgangspunt bij statushouders tot de noodzaak van een woonoplossing, terwijl een starter die noodgedwongen bij zijn ouders woont volgens u «gelukkig» daar terecht kan?
Bent u het ermee eens dat het draagvlak voor de huisvesting van statushouders onder druk kan komen te staan wanneer woningzoekenden het gevoel krijgen dat zij zelf achteraan moeten aansluiten? Zo ja, hoe weegt u dat mee in uw beleid?
Begrijpt u dat jonge woningzoekenden uit uw uitspraken de boodschap kunnen halen: voor de statushouder zoekt de overheid een woning, maar de Nederlandse starter kan voorlopig bij zijn ouders blijven wonen? Vindt u dat een aanvaardbare boodschap van een Minister van Volkshuisvesting?
De Telegraaf, 13 oktober 2026, Woonminister over extra huizen voor migranten: «Starters kunnen gelukkig bij hun ouders wonen» | De Telegraaf
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z22285.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.