Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het Commissiedebat gewasbeschermingsmiddelen (ingezonden 9 oktober 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de precisietoepassingen zoals Phyto-drip, waarmee gewasbeschermingsmiddelen tijdens de opkweek gericht bij de plant kunnen worden toegediend? Klopt het dat deze methode het aantal bespuitingen later in de teelt kan verminderen?

Vraag 2

Waarom is toepassing van Closer via Phyto-drip in Nederland niet toegelaten, terwijl deze toepassing volgens de sector in België en Duitsland wel mogelijk is? Op basis van welke beoordeling is dit verschil ontstaan?

Vraag 3

Welke economische gevolgen heeft dit verschil in toepassingsmogelijkheden voor Nederlandse producenten van uitgangsmateriaal? Herkent u dat de opkweek van jonge sla planten zich verplaatst naar België en Dutisland met grote economische gevolgen voor de Nederlandse opkweek bedrijven?

Vraag 4

Klopt het dat planten die in België of Duitsland met Closer via Phyto-drip zijn behandeld, vervolgens op de Nederlandse markt mogen worden gebracht en hier kunnen worden uitgeplant? Zo ja, hoe verklaart u dat buitenlandse producenten deze toepassing wel kunnen gebruiken, terwijl Nederlandse plantenkwekers dat niet mogen? Hoe wordt dit verschil gerechtvaardigd vanuit de risicobeoordeling en het gelijke speelveld binnen de EU?

Vraag 5

Bent u bereid op korte termijn te onderzoeken of voor deze toepassing een tijdelijke vrijstelling kan worden verleend, mede gezien het gebruik ervan in België en Duitsland?

Naar boven