Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over het annuleren van een stikstofsymposium bij KIVI (ingezonden 9 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten van Arnout Jaspers over het annuleren van het symposium
«Van Habitatrichtlijn naar doelgericht natuurbeheer» dat op 13 oktober bij het Koninklijk
Instituut Van Ingenieurs (KIVI) zou plaatsvinden?1
Vraag 2
Klopt het dat dit symposium is geannuleerd? Kunt u nagaan wie dit besluit heeft genomen,
wanneer dat is gebeurd en welke redenen hier voor zijn gegeven?
Vraag 3
Klopt het dat dr. ir. Sjoukje Heimovaara, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen
University & Research (WUR), contact heeft gehad met het bestuur van KIVI over het
symposium? Wat was de inhoud van dit contact en is daarbij gevraagd om aanpassing
van het programma of annulering van de bijeenkomst?
Vraag 4
Welke rol heeft dit contact gespeeld bij het besluit om het symposium te annuleren?
Kunt u daarbij ook nagaan of er andere redenen waren om de bijeenkomst te annuleren?
Vraag 5
Heeft dr. ir. Heimovaara op persoonlijke titel contact opgenomen? Hoe heeft het bestuur
van KIVI dit opgevat en was voor hun duidelijk of zij namens zichzelf of namens de
WUR sprak?
Vraag 6
Volgens berichtgeving zou er bezorgdheid zijn uitgesproken over de «onevenwichtige»
sprekerslijst; klopt dit en zo ja, waar was dat oordeel op gebaseerd? Welke bezwaren
waren er concreet tegen het programma of de samenstelling van de sprekerslijst?
Vraag 7
Zijn deze bezwaren vooraf met de organisatoren besproken en hebben zij de gelegenheid
gekregen hier op te reageren? Zijn ook de uitgenodigde sprekers betrokken voordat
het werd geannuleerd?
Vraag 8
Is overwogen om eventuele bezwaren op een andere manier op te lossen, bijvoorbeeld
door extra sprekers uit te nodigen of meer ruimte voor discussie te maken? Zo nee
waarom niet?
Vraag 9
Deelt u de mening dat er ruimte moet zijn om verschillende wetenschappelijk onderbouwde
inzichten over stikstof en natuurbeheer met elkaar te bespreken, ook wanneer die afwijken
van gangbare opvattingen? Welke verantwoordelijkheid ziet u hierbij voor universiteitsbestuurders?
Vraag 10
Bent u bereid bij de WUR, het bestuur van KIVI en de organisatoren na te gaan wat
er precies is gebeurd en de Kamer hierover te informeren? Wilt u daarbij ingaan op
de vraag of deze gang van zaken aanleiding geeft tot vervolgstappen?
Vraag 11
Indien de berichtgeving klopt, vindt u het dan passend bij de rol van een voorzitter
van de Raad van Bestuur van een universiteit om op deze wijze te interveniëren bij
een evenement waarbij de eigen universiteit niet betrokken is? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Vraag 12
Maakt het daarbij verschil dat deze interventie volgens de berichtgeving «op persoonlijke
titel» zou zijn gedaan? In hoeverre blijft een universiteitsbestuurder ook bij handelen
op persoonlijke titel gebonden aan de normen en verantwoordelijkheden die bij deze
functie horen?
Vraag 13
Past een interventie zoals deze bij de wettelijke taken en bevoegdheden van een universiteitsbestuurder
bij een door OCW bekostigde universiteit? Valt het beïnvloeden van een extern symposium
daaronder? Kunt u aangeven welk wettelijk kader hierbij van toepassing is?
Vraag 14
Vindt u dat het uiten van bezorgdheid over wetenschappelijke analyses, enkel omdat
deze afwijken van de inzichten van de eigen wetenschappers of de persoonlijke opvattingen
van een universiteitsbestuurder, past bij de wetenschappelijke uitgangspunten van
objectiviteit, open debat en waarheidsvinding? Kunt u aangeven of daarvan in dit geval
sprake was?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Duijvenvoorde
(FVD), ingezonden 8 oktober 2026 (vraagnummer 2026Z21558)